Europese Hof zeer wisselvallig in GGO-arresten

12 september 2011

Als het over genetisch gemodificeerde organismen gaat kun je met het Hof van Justitie van de Europese Unie alle kanten op.

De ene dag geven ze een aantal Beierse imkers gelijk die hadden geklaagd over GGO-stuifmeel dat was aangetroffen in hun honing; de volgende dag krijgt Frankrijk een veeg uit de pan vanwege het feit dat het geen tijdelijk teeltverbod op de MON810-mais van Monsanto had mogen instellen.

In zaak C-442/09 ging het om een aanklacht van een aantal Duitse imkers tegen de Freistaat Bayern, vanwege  economische schade geleden als gevolg van contaminatie van hun honing en van hun stuifmeel bevattende voedingssupplementen. De oorzaak was te vinden op naburige akkers, waar de genetisch gemodificeerde MON810-mais van Monsanto verbouwd werd, die natuurlijk door de nietsvermoedende bijen was bezocht en dus besmetting van de honing met GG-stuifmeel had opgeleverd.
Hoe hoog de besmettingsgraad van de honing was en of die bedoeld of onbedoeld besmet was geraakt maakte in dit verband niet uit: de honing was een GG-voedingsmiddel geworden dat nog niet op de markt was toegelaten. Het Hof oordeelde in deze zaak dat een dergelijk voedingsmiddel volgens Verordening 1829/2003 eerst op veiligheid moest worden onderzocht en goedgekeurd*) voordat het op de markt kon worden gebracht.
Een uitspraak die Monsanto en de Europese Commissie graag anders hadden gezien: het Hof haalde daarmee even een streep door het versoepelde tolerantiebeleid dat eerder door de Commissie was ingezet. In juni nog had de Commissie een nieuwe veevoederverordening aangenomen die het mogelijk maakte dat Low Level Presence van niet-toegelaten (maar wel veiligheidsbeoordeelde) GGO’s werd toegestaan bij de import van veevoeder. De Commissie wilde dit ook voor humane voedingsmiddelen doen, maar had dat maar even uitgesteld omdat het voorstel te veel weerstand ondervond van de lidstaten.

Of dit alles nu gaat betekenen dat de Beierse imkers daadwerkelijk hun schadevergoeding gaan krijgen, zal afhangen van het oordeel van de rechter in de Duitse bodemprocedure: het Europese Hof was in deze zaak alleen maar om haar mening gevraagd. De verwachting is echter dat de imkers wel een flinke schadevergoeding toegewezen zullen krijgen. Zij kunnen immers hun honing niet meer legaal op de markt brengen. Mogelijk zal de mais-boeren zelfs opgelegd worden maatregelen te treffen ter voorkoming van verspreiding van het stuifmeel (wat vrijwel neerkomt op het onmogelijk maken van GGO-teelt), of er komt een plaatselijk GGO-teeltverbod in de buurt van imkers, zoals wel eerder is gebeurd.

En dan de volgende dag: de zaak van Monsanto tegen de Franse staat, inzake de rechtmatigheid van het instellen van een tijdelijk teeltverbod (moratorium) voor MON810-mais, een Bt-variëteit die al in 1998 was goedgekeurd door de Commissie. Na de overwinning voor GGO-tegenstanders in de ‘Beijerse GGO honing-zaak’  verliep de dag wel even wat anders, en konden Monsanto en de EU Commissie een overwinning claimen. Niet alleen ten opzichte van Frankrijk, maar ook (deels) tegen soorgelijke moratoria in andere landen als Oostenrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije en Luxemburg. Het oordeel van het Hof hield in dat Frankrijk geen geldige reden had om noodmaatregelen af te kondigen tegen een door de EC goedgekeurd gewas. Zie verder het Nederlandstalige persbericht:

http://curia.europa.eu/jcms/upload/docs/application/pdf/2011-09/cp110086nl.pdf

Het was zeker een belangrijke overwinning voor Monsanto en de Europese Commissie te noemen, maar het valt nog maar te bezien wat de uiteindelijke consequenties zullen zijn. De uitspraak ten gunste van de Duitse imkers zal het debat over regels voor coëxistentie, aansprakelijkheid en nul-tolerantiebeleid zeker weer in volle hevigheid doen losbarsten, tot grote frustratie van de Commissie, en de uitspraak tegen het Franse moratorium zal de lidstaten en het Europarlement alleen nog maar MEER overtuigen van de noodzaak het povere voorstel van de Commissie voor nationale teelt-verboden**) , flink aan te scherpen. Dat is natuurlijk het laatste dat de Commissie en Monsanto willen….
Kortom: wordt vervolgd!

Bron: vrij naar Thijs Etty, IVM-VU, Amsterdam

ProtestNaschrift 18 januari 2012: In Frankrijk is men nog niet klaar voor het opheffen van het moratorium. Franse bijenhouders hebben 6 januari 2012 in een bedrijfsbezetting bij Monsanto in Monbéqui hun regering te verstaan gegeven dat het toelaten van de MON810-maisvariëteit geen goed idee  is en willen een algemeen verbod op ggg’s.  De Franse minister van Milieu heeft daarop de toezegging gedaan dat MON810 nog een jaar verboden blijft.

 

 

*) Coëxistentie: voor de biologische sector een wassen neus
Voor een goedgekeurd GG-voedingsmiddel dient op het etiket te worden aangegeven welke ingrediënten (onbedoeld) meer dan 0,9% GGO’s bevatten. Een biologische imker schiet daar echter niet veel mee op, want ELK verontreinigingsniveau is voldoende om zijn biologische certificaat kwijt te raken. Of dat nu betekent dat dus elk potje honing moet worden onderzocht op het niveau van de contaminatie met gg-stuifmeel is de werkgroep nog niet duidelijk. Of zouden de bijtjes weten naar welke korf ze de honing met het gg-stuifmeel moeten brengen? In het eerste geval moeten er hoge kosten gemaakt worden voor analyse van de honing. Wie betaalt dat?
Dat is een vraag waar de meeste overheden nog met een grote boog omheen lopen. Maar als de principes van de biologische landbouw zijn erkend door de EU, zegt men daarmee ‘nee’ tegen de basisgedachte van coëxistentie (een beetje verontreiniging is toch niet onredelijk). Het Hof vermeed echter een uitspraak over deze fundamentele discrepantie tussen het coëxistentie-principe en de nul-tolerantie, die voor de biologische bedrijfstak een essentiële conditie is. Het Hof bleef steken in de uitspraak dat de verontreinigde honing eerst had moeten worden toegelaten als GG-voedingsmiddel en ging weer over tot de orde van de dag.

**) De wisseltruc van John Dalli
Dit voorstel was een uitgekookte zet van Eurocommissaris John Dalli, om de toelating van nieuwe gg-gewassen op Europees niveau te vergemakkelijken en de nationale overheden op te zadelen met een achterhoede-discussie over het wel of niet toelaten van GGO-teelten, waarin de mogelijkheden om een gewas te verbieden niet meer voor het oprapen liggen.