Onze bezwaren tegen gentech-landbouw komen in de eerste plaats voort uit het inzicht dat de soortenrijkdom die zich in de evolutie ontwikkeld heeft, behoort tot ons collectieve werelderfgoed. Die rijkdom is het resultaat van een tientallen miljoenen jaren durend ontwikkelingsproces. Wie zou daar eventjes het eigendomsrecht van kunnen opeisen? Wat een stuitende arrogantie om na het sleutelen aan 1 of 2 genen op celniveau vervolgens op wereldniveau een beloning voor deze ‘prestatie’ op te gaan eisen in de vorm van een patentrecht op alle levende wezens van die soort!
Wij denken dat aan de evolutie een blauwdruk ten grondslag ligt waarin de gehele samenhang van de evolutie, tot op electronenmicroscopisch niveau is vastgelegd. Zo ook de samenhang in de structuur van ons genenmateriaal, ons DNA. En het zou wel eens zo kunnen zijn dat je daar niet zomaar even wat aan kunt veranderen, zoals je op je fiets even een andere bel zet als je graag een ander rinkeltje wilt horen. Wij denken dat de huidige gentechnologie vrij goed te vergelijken is met een stier, vrolijk rondstampend in de porseleinkast der chromosomen. Wanneer we althans kijken naar de ‘trefzekerheid’ waarmee de gentechnologie stukken DNA in bestaande genstructuren probeert te plaatsen, ligt die vergelijking voor de hand. Of kunnen we beter spreken van het kanon waarmee wordt geschoten op de spreekwoordelijke mug?

Vooralsnog is de gentechnologie in zijn huidige vorm niets meer dan een spelletje Ezeltje Prik, waarvan het proces niet reproduceerbaar is en de resultaten irreversibel zijn. Om in dit verband te durven spreken van een modificatieproces dat met ‘chirurgische precisie’ wordt uitgevoerd, is ronduit lachwekkend.

Daarnaast zijn wij van mening dat het graaien naar collectief eigendom door multinationals zoals Monsanto c.s. extreem destructief uitwerkt op de biodiversiteit in de landbouw: onder de vlag van het patentrecht wordt  een aantal gemodificeerde zaden duur verkocht, terwijl het overgrote deel van de andere landbouwzaden in de wereld wordt gepatenteerd louter om ze uit de markt te kunnen nemen en zo een kunstmatige schaarste en een verhoogde vraag naar gg-zaden te genereren. Op deze wijze wordt de biodiversiteit willens en wetens verkwanseld. En ten gunste van wat? Van een aantal genetisch veranderde organismen, die slechts op een klein aantal eigenschappen zijn ‘verbeterd’, terwijl er tegelijkertijd allerlei verrassende mankementen gaan optreden. Tot overmaat van ramp verliezen die ‘verbeteringen’ hun relatieve voordeel alweer na enkele jaren (want de natuur zit ook niet stil).
En de prijs die daarvoor wordt betaald, is niet alleen
– dat de multinational de prijzen opdrijft om zijn research terug te verdienen, maar ook
– dat zo’n gg-variëteit op een aantal andere punten permanent kwetsbaarder is geworden en
– de boer dus blijft zitten met een kreupel gewas dat van jaar op jaar commercieel  steeds minder interessant wordt.

De extra kosten die (in verband met additionele teelteisen) moeten worden gemaakt om dan toch nog tot een redelijke opbrengst te komen, staan, zeker over langere termijn beschouwd, in geen enkele verhouding meer tot de opbrengsten. Er ontstaan dan absurde situaties waarbij boeren buiten het bedrijf gaan werken om hun teelten nog te kunnen voortzetten!

Opgescheept met alle nadelen die kleven aan deze additionele teelteisen (de vicieuze cirkel van meer spuiten, meer resistentie, weer andere plagen) mogen de boeren vervolgens op de valreep nog proberen voldoende inkomsten te realiseren om de dure gg-zaden en andere inputs te kunnen bekostigen, terwijl ze niet gerechtigd zouden zijn om een gedeelte van hun oogst opzij te leggen voor het volgend jaar? Het grote aantal zelfmoorden onder boeren in India is hiervan het directe gevolg. In Canada, Zuid-Amerika en Spanje heeft het al tot verarming en veel bedrijfssluitingen geleid.

Andere bezwaren tegen het patentrecht in de gentechnologie zijn

  1. dat dit zonder mondiale discussie van toepassing is verklaard op de productie van gg-zaden en
  2. dat het aan de basis ligt van de verstoring en ontwrichting van boerengemeenschappen door de angst van boeren voor de spionage-activiteiten en repressie van multinationals als Monsanto, die te pas en te onpas bedrijven aanklagen wegens vermeend gebruik van gg-zaden waarop patentrecht zou zijn verschuldigd. Het feit dat Monsanto het onderling klik-gedrag tussen boeren in Amerika stimuleert met het uitloven van leren jassen is tekenend voor het niveau waarop het bedrijf opereert. Kunnen wij in Europa dit soort taferelen ook verwachten als Monsanto’s zaden door de EG worden toegelaten en Monsanto gaat controleren of  zijn patentrecht niet geschonden wordt?