Op 22 november 2009 heeft onze werkgroep haar eerste brief verzonden aan mevrouw Verburg, de laatste minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het antwoord kwam binnen op 20 februari 2010 en staat onder onze brief weergegeven. Onze brief luidde als volgt.

Aan de Minister voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Mevrouw drs. G. Verburg
Postbus 20401
2500 EK Den Haag

Betreft: Uw standpunt inzake de toelating van genetisch gemodificeerde gewassen als (ingrediënt in) voedsel.

Geachte mevrouw Verburg,
Via de media wordt het ons steeds duidelijker dat U voorstander bent van toepassingen van gentechnologie in
de landbouw. Maar uit niets blijkt waarop U Uw standpunt hebt gebaseerd. Wij consumenten kunnen nergens
achterhalen dat genetisch gemanipuleerde voedingsproducten onschadelijk zijn voor onze gezondheid.
Zijn er inderdaad helemaal geen effecten gemeten? Zijn er onderzoeken gedaan naar gezondheidseffecten op
korte en op lange termijn? Is er iets bekend van de mogelijke effecten op kinderen, oude mensen en verzwakte
mensen? Wat is er bekend van de effecten op onze dieren? Wel zijn er berichten over de verspreiding van
genetisch gemanipuleerde zaden buiten produktievelden. Dat heeft in elk geval effecten voor de natuur.
Hebt U met betrekking tot al die vragen betrouwbare informatie en die ook meegenomen in Uw standpunt?

Wij hebben zelf indicaties dat gentechvoedsel negatieve invloed heeft op het ontstaan van verminderde
immuniteit bij mensen, op de afname van vruchtbaarheid bij dieren en op de ontwikkeling van resistentie bij onkruiden die bestreden worden met steeds dezelfde herbicides .

Op zoek naar kennis stoten wij steeds op de beperkte openbaarheid van gegevens. Op onze vragen krijgen
wij geen controleerbaar antwoord. Meestal wordt aangegeven dat het gaat om onderzoek dat door de
industrie betaald is en dus niet beschikbaar gesteld kan worden. Ook de onderzoekscentra die nog voor een
belangrijk deel door de overheid worden gefinancierd, geven te kennen dat juist de kennis waar wij naar op
zoek zijn, niet beschikbaar is of mag worden gesteld.
Ook de door de overheid ingestelde COGEM commissie wekt bij ons geen vertrouwen. Wij ervaren hun
informatie als heimelijk, ondoorzichtig en oncontroleerbaar.

Als dit allemaal waar is, dan moeten wij de conclusie trekken dat Uw mening is gebaseerd op kennis waar U
als overheid geen contra-expertise over hebt ontwikkeld.
Dat doet U wel ten aanzien van allerlei toevoegingen aan ons voedsel. De toelating van bestrijdingsmiddelen
in de landbouw is ook een voorbeeld (geweest?) waaruit blijkt dat de overheid haar eigen kennis ontwikkelde
naast de aangeleverde kennis die de industrie bij de aanvraag voor toelatingen wettelijk beschikbaar diende
te stellen. Waarom gebeurt dat niet ten aan zien van gentech en waarom ook niet ten aanzien van toevoegingen
van nanodeeltjes aan voedsel, verfstoffen e.d. ?

Kortom, wij zijn zeer verontrust. Wij willen precies weten waarom U geen bezwaren hebt tegen gentech in
de landbouw en als U dat met kennis weet te onderbouwen willen wij weten van waar die kennis afkomstig
is en waar wij die kunnen verkrijgen.

Wij vragen U ons op korte termijn te antwoorden. Uw reactie is belangrijk om de onrust onder consumenten
te verminderen.

Hoogachtend,

L. Buur

namens de Werkgroep “Burgers voor gentechvrij voedsel” te Nijmegen,
Sarah Teer, Dirk Hart, Marianne de Bruin, Luc Buur, Els van Dongen.

HET ANTWOORD VAN HET MINISTERIE VAN LNV LUIDDE ALS VOLGT

Datum 19 februari 2010
Betreft uw brief inzake toelatingsbeleid voor genetisch gemodificeerde gewassen, dd. 22 november 2009

Geachte heer Buur,
Ik dank u voor uw brief waarin u uw zorgen uit ten aanzien van de toepassing van gentechnologie in de landbouw. U vraagt zich af waarom de overheid voorstander van deze technologie is en of de toepassing wel veilig is. Daarnaast wilt u graag weten of er wel onafhankelijk onderzoek wordt gedaan en waar u dit terug kan vinden.

De maatschappij ziet zich voor een aantal grote uitdagingen gesteld waaronder de gevolgen van klimaatverandering, verduurzaming van de landbouw en voedselzekerheid voor een groeiende wereldbevolking. Ik ben er van overtuigd dat biotechnologie een bijdrage kan leveren aan het oplossen van deze problemen. Ik vind het niet verantwoord om een kansrijke technologie op voorhand uit te sluiten. Wel staat voor mij bij de toepassing van deze technologie veiligheid voor mens, dier en milieu voorop.

Genetisch gemodificeerde levensmiddelen, diervoeders en planten krijgen op basis van de bestaande Europese regelgeving een grondige risicobeoordeling en mogen pas tot de EU-markt worden toegelaten als ze veilig zijn bevonden voor mens, dier en milieu. De risicobeoordeling wordt uitgevoerd door de EFSA. De EFSA is een transparante, onafhankelijke organisatie. De EFSA-experts leggen hiertoe een verklaring van onafhankelijkheid af welke is in te zien op de website van EFSA. Behalve door de EFSA worden aanvragen ook in Nederland beoordeeld door de Commissie Genetische Modificatie (COGEM), het Instituut voor Voedselveiligheid (RIKILT) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op respectievelijk milieu, diervoeder- en voedselveiligheid. Op basis van deze beoordeling wordt eventueel commentaar bij de EFSA ingediend. Marktaanvragen kunnen worden gevolgd via de publieke website van de EFSA. Hier publiceert de EFSA niet alleen haar adviezen, maar ook haar reactie op de commentaren die lidstaten hebben geuit ten aanzien van de door de EFSA uitgevoerde risicobeoordeling. Men kan op deze site terecht voor de technisch-inhoudelijke overwegingen die spelen bij individuele aanvragen voor markttoelating.

Er zijn geen bewijzen dat consumptie van de tot nu toe beoordeelde en goedgekeurde genetisch gemodificeerde planten (ggo’s) nadelige gevolgen heeft voor het dierlijk of menselijk lichaam. Effecten van lange termijn consumptie worden voor genetisch gemodificeerde gewassen, evenals voor conventionele of biologische gewassen, niet als zodanig onderzocht. Wel worden o.a. milieurisico’s, toxiciteit, allergeniciteit en nutritionele waarde van elk ggo onderzocht als standaardonderdeel van de risicobeoordeling. Het ggo wordt vergeleken met zijn conventionele counterpart en de risico’s van eventuele verschillen worden beoordeeld. Dit geeft voldoende informatie om een wetenschappelijke beoordeling te kunnen maken van mogelijke lange termijn effecten. Daarnaast is er voor producenten een verplichting tot monitoring van genetisch gemodificeerde producten na toelating tot de markt met het oog op mogelijke negatieve milieu- of gezondheidseffecten. Dit is afdoende om eventuele nadelige lange termijn effecten te kunnen identificeren en maatregelen te nemen. Tot nu toe zijn er geen schadelijke lange termijn effecten geconstateerd.
In het geval van teelt wordt het risico op uitkruising of verwildering van een gewas ook meegenomen in de risicobeoordeling. Een ggo krijgt alleen een positieve beoordeling als de gevolgen verwaarloosbaar worden geacht. Ter informatie stuur ik u het EFSA richtsnoer voor de risicobeoordeling van genetische gemodificeerde planten en afgeleide producten. Hierin kunt u nalezen hoe de risicobeoordeling wordt uitgevoerd.

Zowel voor biotechnologie als nanotechnologie financiert de Europese Unie onderzoek o.a. op het gebied van gezondheid en het milieu.
Hieronder een aantal websites die u mogelijk interessant vindt.

Algemeen
:
http ://www.overheid.nl/biotechnologie/
http://www.codexalimentarius.net/web/biotech.jsp
http://www.voedingscentrum.nl/nl/eten-herkomst/productie/genetische-modificatie.aspx
http://www.gmo-compass.org/eng/home/

Europese marktaanvraagprocedure:
http://ec.europa.eu/food/food/biotechnology/index_en.htm
http://gmoinfo.jrc.ec.europa.eu/
http://www.efsa.europa.eu/en/panels/gmo.htm
http://www.cogem.net

Onderzoek
:
http://www.coextra.eu/
http://www.icgeb.trieste.it/~bsafesrv/index.html
http://www.gmo-safety.eu/en/

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,
voor deze:
DE DIRECTEUR VOEDSEL, DIER EN CONSUMENT,

mr. A. Oppers

DE REACTIE VAN DE WERKGROEP OP HET ANTWOORD VAN LNV

Betreft toelatingsbeleid voor genetisch gemodificeerde gewassen
Nijmegen, 19 maart 2010

Geachte mevrouw Verburg.
Dank voor Uw reactie van 19 februari 2010. Wij hebben die grondig bestudeerd alsmede het rapport dat U ons als bijlage bij Uw brief toezond.

Uit de media hebben wij inmiddels vernomen dat U in Brussel hebt ingestemd met de toelating van genetisch gemanipuleerde gewassen in Europa en dus ook in Nederland. Wij en vele anderen in ons land zijn diep ongelukkig met dat besluit. Graag willen wij dat onderbouwen.

U beroept zich op de betrouwbaarheid van Uw adviserende deskundigen. Als wij U goed begrijpen onderzoeken COGEM, RIKILT en RIVM de risico’s van gmo’s en worden de beoordelingen op meta-niveau (EFSA) gewogen. Het oordeel van de EFSA wordt openbaar gemaakt in gangbare publicaties (w.o. internet). U zegt vertrouwen te hebben in het EFSA-oordeel omdat de leden ervan verklaringen van onafhankelijkheid hebben ondertekend en het daardoor transparant is. Wij hebben daarover twijfels.

U zegt dat de methode van beoordelen voldoende garanties biedt om vertrouwen te hebben in wetenschappelijke uitspraken over de lange termijn effecten van gmo’s.
Zulke uitspraken zijn ons inziens alleen maar mogelijk door middel van extrapolatie. De uitkomsten van schattingen zijn dus erg gevoelig door wie die maken. Uit de literatuur blijkt bijvoorbeeld dat op verschillende plaatsen in de wereld gmo’s zijn gevonden ver buiten de teeltgebieden waarin zij waren uitgezaaid. Vooraanstaande biologen hebben zich openlijk bezorgd getoond over de effecten daarvan voor biodiversiteit en natuurlijke resistentie van planten. Maar U zegt dat gmo’s alleen een positieve beoordeling zullen krijgen als de gevolgen voor uitkruising of verwildering verwaarloosbaar geacht mogen worden. Uit de literatuur blijkt dat dat dus niet mogelijk is.

Wij blijven bezorgd over de oncontroleerbaarheid van de adviezen waarop U zich beroept. De minister van Volksgezondheid beriep zich ooit op de transparantie en ongebondenheid van zijn adviseurs ten aanzien van de toelating van humane geneesmiddelen. “Het toezicht op medicijnen is transparant” zo stelde hij. Maar uit het dagblad Trouw van 26 februari blijkt dat GlaxoSmithKline toch de regels heeft kunnen schenden ten aanzien van het aanprijzen van vaccins. Ondanks ondertekende verklaringen blijkt er geen sprake van onafhankelijkheid. Sterker nog, de overheid gaf ze een dekmantel om toch aan koppelverkoop te doen.

Tijdens de klimaatdiscussies bleek de wetenschappelijke informatievoorziening aan overheden volstrekt onhelder, ondanks alle verklaringen als “transparantie en wetenschappelijke integriteit”, vanuit de overheid.

Uit een recente uitzending van het NOS journaal blijkt dat medici een verbod willen op het gebruik van antibiotica in de veehouderij. De gevaren van het grootschalige gebruik van antibiotica in de steeds intensiever wordende veehouderij is al tien jaar geleden door medici bepleit ivm het toenemende gevaar van resistentie bij mensen. Toch heeft LNV destijds steeds gezegd dat er betrouwbare gegevens zijn die het gevaar daarvan als beheersbaar beschouwen. De veehouderij kon dus gewoon blijven uitbreiden.
Hoe zo: transparantie en onafhankelijke adviezen?

Uit recente berichten blijkt dat het Ministerie van Verkeer & Waterstaat in het verleden projecten zodanig positioneerde dat haar onafhankelijke voortbestaan niet kon worden bedreigd. De burger vertrouwde die onafhankelijke overheid. Nu blijkt dat dat strategische gedrag stelselmatig werd gebaseerd op argumenten als “wij zijn wetenschappelijk onafhankelijk en daarom onmisbaar in ons veld van commerciële belangen”. De stelling was “wij zijn technisch/wetenschappelijk zo belangrijk… niemand is in staat om onze graad van integrerend vermogen van kennis, te benaderen…”. V&W is dus onmisbaar en mag niet worden opgeheven. Hoe zit dat bij LNV…?

Ook valt ons op dat in geen van de EFSA-publicaties iets gezegd wordt over de algemeen geconstateerde verspreiding van gmo’s buiten teeltgebieden. Wij zouden verwachten dat zulke, in het publiek bekende gegevens, wetenschappelijk zouden worden “gekalmeerd”

Een voorbeeld van hoe Nederland wél goed opereerde op basis van onafhankelijk wetenschappelijke informatie, betreft de besluitvorming rondom het in Nederland verboden onkruidbestrijdingsmiddel atrazine. Nederland nam het voortouw in die discussie omdat er aanwijzingen (dus nog niet wetenschappelijk objectief vastgesteld) waren voor mogelijke verstoringen van de hormoonhuishouding bij zoogdieren en mensen. Nederland heeft in de EU vastgehouden aan haar twijfels, ondanks alle verzet daartegen.
Thans blijkt (na vele vele jaren) dat Nederland gelijk kreeg. Er is nu onomstotelijk vastgesteld dat verstoringen in de hormoonhuishouding bij sommige dieren, inderdaad zijn aangetoond. Die moedige houding (het zekere voor het onzekere) heeft Nederland gespaard voor vervelende gevolgen en heeft hier te lande geresulteerd in actief zoeken naar veiliger alternatieven

Tot slot. Wat is de betekenis van de toelating van gmo’s voor onze landbouw?

Uit de kranten van afgelopen weken is overduidelijk gebleken dat gmo’s in de aardappelteelt alleen maar zullen bijdragen aan de toename van de productie. Terwijl blijkt dat de lage aardappelprijs alles te maken heeft met een veel te hoge productie. Idem is dat het geval met tomaten. Wie zit te wachten op kiloknallers ten koste van boereninkomens? Boeren die het hoofd niet meer boven water kunnen houden, worden gedwongen om hun ellende af te wentelen op minder duurzaamheid, immers duurzaam werken kost in eerste instantie geld. Gmo’s zullen het boereninkomen dus niet gunstig beïnvloeden.

Onze conclusie is dat de toelating van gmo’s geen nut heeft voor consumenten, noch voor boeren, noch voor natuurbescherming. De enigen die er voordeel van zullen hebben zijn de grote multinationals die er alle belang bij hadden om Uw mening in Brussel in hun richting gebogen te krijgen. Boeren, consumenten en natuur fungeren nu als een maatschappelijk laboratorium voor wat multinationals in hun laboratoria wetenschappelijk nog niet kunnen ontzenuwen.

In de linker marge van Uw brief aan ons staat “Leven van het land, geven om de natuur’. Dat is prachtig. Uw instemming met de toelating van gmo’s is niet in overeenstemming met die uitspraak. Beter ware het te vermelden “nemen van de boer, afpakken van de natuur”.
Graag willen wij Uw reactie op deze brief.

Met vriendelijke groeten,
L. Buur
namens de Werkgroep “Burgers voor gentechvrij voedsel’  te Nijmegen,
Sarah Teer, Dirk Hart, Marianne de Bruin, Luc Buur, Els van Dongen.