In Wetteren (Vlaanderen) werd begin mei 2011 door actievoerders een proefveld van vier universiteiten belaagd. Daar waren onder andere genetisch gemanipuleerde aardappelen gepoot. Johan D’Hulster heeft het gezien. Hij is tuinder op Akelei in Schriek. Op zijn bedrijf heeft juist de eigen zaadteelt een belangrijke plek. Hij schrijft ongezouten zijn mening aan Dynamisch Perspektief, het ledenblad van de Vereniging voor biologisch-dynamische landbouw en voeding.

Johan

Foto: Daniel Willaeys

‘Wetenschap en beleid, we kunnen uw keuze niet aanvaarden. Wij moeten uw ggo’s niet’.

Wij als boeren zijn keikoppen, doorzetters en dwarsliggers. Uit de aard van ons beroep. We staan van ‘s morgens vroeg buiten in de wind. De mogelijkheden en onmogelijkheden van ons werk van de dag worden daar afgetoetst. We werken met levende natuur, deze is iedere minuut anders en in voortdurende ontwikkeling. We hebben geleerd ons dagelijks te verstaan met honderden onvoorspelbaarheden. We zien en voelen en weten wat kan en niet kan. En soms gaat het eens mis en verliezen we onze oogst door tegenslag en moeten we ons plooien naar de grilligheden van de natuur. Maar ook dan beginnen we opnieuw. Dat is onze trots en de essentie van onze vrijheid. Het merendeel van de wetenschappers en beleidsmakers begrijpt ons niet. Wij vatten dat graag samen in de spreuk: “van een boer kan je een heer maken, maar een heer kan nooit een boer worden”. Onze levensrealiteiten liggen mijlenver uit elkaar.

Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Ware het niet dat wij als boeren ons dagelijks in een keurslijf gewrongen weten van bemoeienissen, reglementeringen en bepalingen, die de essentie van ons werk aantasten. We voelen ons vaak op de ziel getrapt. En straks in die mate dat ons voortbestaan bedreigd wordt. Door de wetenschap en het kortzichtige beleid inzake genetisch gemanipuleerde organismen (ggo’s).

We hebben geen probleem met wetenschap op zich. Er is veel goede wetenschap die ons al veel aangename dingen geschonken heeft. En er is gelukkig veel goede wetenschap die degelijk onderzoek combineert met gezond verstand. Maar we staan achterdochtig tegenover een wetenschap die zich in haar paradigma’s verengt tot het uiteenrafelen van de materie, daardoor alle levende verbanden uit het oog verliest, zich daarmee in een ivoren toren opsluit, en in zelfhandhaving haar eigen gelijk in stand houdt met macht en geld.

En we weten het. Het woord ‘manipulatie’ heeft een negatieve bijklank, en om dit te verdoezelen praat de wetenschap liever over ‘genetisch gemodificeerde gewassen’. Dat klinkt zachter, maar wij noemen de dingen liever bij naam. Het gaat om manipulatie, punt uit. Het gaat hier om de zoveelste manipulatie op rij, van onze grond, onze planten, onze dieren, onze bedrijfssystemen, onze vruchtbaarheid, ons leven, onze vrijheid. Het is nu genoeg geweest. Sta ons toe om dat kort te verduidelijken.

Wat is landbouw? Wat zou landbouw kunnen zijn? Het is de primaire maatschappelijke bedrijvigheid die de aarde beheert als bron van vruchtbaarheid, en zodoende voor ieder mens gezond en veilig voedsel, drinkbaar water en zuivere lucht garandeert. Landbouw levert geen standaardproducten, omdat de wetmatigheden waarmee ze werkt, gebed zijn in leven, ritme, diversiteit en constante verandering. Wij gaan om met het wonder van de natuur, en ieder van ons beleeft dat op zijn eigen manier.

Honderd jaar geleden wilde de wetenschap ons doen geloven, dat onze rijkdom niet gelegen was in onze grond, in de vruchtbaarheid van onze bodem, maar in de kunstmest. Dat is tot op de dag van vandaag de heersende opvatting. Planten worden gevoed met dode minerale zouten, en opgeblazen en opgefokt met stikstof, fosfor, kali en andere elementen die door de industrie aangeleverd worden. Een industrie die erg olieverslindend is, en inmiddels zo machtig geworden dat ze de mestwetgeving, waar iedere boer momenteel aan gebonden is, politiek mee in haar voordeel beslist en bepaald heeft. Veel van onze akkers zijn derhalve verschraald tot dode geïndustrialiseerde plekken. Wij als boeren hebben geleerd dat bodem-vruchtbaarheid in wezen geen behoefte heeft aan kunstmest, maar wel aan echte bemesting. Dat bodem-vruchtbaarheid bestaat uit bodemstructuur, humus en bodemleven. Deze drie zijn van een rijkdom waar je van achterover valt, als je eenmaal een klein beetje doorzicht krijgt in de complexiteit van de aanwezige micro-organismen en de ongelimiteerde mogelijkheden wat een gezonde bodem kan opleveren aan productie.

Het gros van de wetenschap wil ons doen aannemen dat onze planten en dieren maakbaar zijn. Dat ze kunnen gereduceerd worden tot cellen, moleculen, atomen en DNA structuren. Dat onze gewassen en huisdierrassen geen onlosmakelijk onderdeel zijn van onze boerderijen, maar dat ze bij voorkeur moeten ‘veredeld’ worden in een labo, in steriele omstandigheden, door mensen met een witte jas aan en een doekje voor de mond. Dat onze planten kunnen uiteengerafeld worden tot de inhoud van reageerbuisjes, enkele jaren in de diepvries bewaard kunnen worden, en van daaruit kunnen wedersamengesteld worden tot nieuwe ‘betere’ planten, met welbepaalde eigenschappen. Wij boeren willen graag geloven dat de wetenschap tot zeer veel in staat is, maar we zijn geweldig argwanend geworden als dat allemaal als een zegening aan ons opgedrongen wordt. Want waar is het zaadgoed gebleven? Wij als boeren hebben geleerd dat het zaad van onze gewassen en huisdierrassen de es- sentie van het leven is. En dat zaad de continuïteit van het leven, de creativiteit van de evolutie en de mogelijkheid tot aanpassing in zich draagt. Diversiteit is haar uitingsvermogen, in vrijheid. Wereldwijd werd voedsel als een geschenk gezien dat de mens kon voeden, omdat die voeding voortkwam uit het oneindige genetisch erfgoed dat bewaard en gekoesterd werd door generaties boeren. Welnu, dat wordt ons afgepakt. Wetenschap en beleid hebben onze autonomie vervangen door afhankelijkheid. Het sleutelen aan ons genetisch erfgoed, over de langzame weg van kruisingen, hybridisatie, ongeslachtelijke vermeerdering tot de genetische manipulatie van vandaag, is weinig anders dan een verplaatsing van het werkveld van de boerderij naar de belangen van de chemische industrie. Een chemische industrie die de sponsor en opdrachtgever geworden is van de wetenschap, en die de eigendomsrechten verworven heeft over de DNA structuren van ons genetisch erfgoed.

Planten en dieren horen thuis in een ecosysteem. Hun robuustheid en weerstandsvermogen is het resultaat van een eeuwenlang zorgvuldig opgebouwde interactie met de natuurlijke rijkdom van hun omgeving. Het wonder van levende organismen zit hem in de sublieme ordening, harmonie en vitaliteit, als gevolg van levendige uitwisseling in biodiversiteit. Wij boeren voelen dat tot in iedere vezel van ons bestaan. Sommige wetenschappers lijken vaak te denken vanuit de arrogantie dat ze ‘veredelde’ plan- ten kunnen maken, die kunnen groeien in de woestijn, door henzelf gepredikt. Dat ze door enkele genen toe te voegen nieuwe planten kunnen scheppen, onder de lege belofte van verhoogde productiviteit en specifieke weerstand, meestal tegen de door hen zelf gecreëerde chemische ‘hulpmiddelen’.

Straks staan onze Vlaamse akkers mogelijks vol met genetisch gemanipuleerde maïs, aardappelen en suikerbieten. De grote chemische multinationals wrijven in hun handen. De overheid heeft hard gewerkt aan de nieuwe co-existentie-wetgeving (het naast elkaar bestaan van ggo-, conventionele en bio-teelt). Terwijl het zand uit de verre Sahara tot in onze contreien waait, kibbelen de beleidsinstanties nog over de afstandsregels (wordt het 20 of 50 meter?) tussen ggo- en andere akkers, om kruisbestuiving (het overbrengen van stuifmeel door wind of insecten) en ggo-contaminatie tegen te gaan. De bekommernis van het overheidsbeleid betreft vooral de administratieve verplichtingen die hier aan gekoppeld kunnen worden. Wie gaat de analyses uitvoeren en betalen en welke gerechtsdeurwaarders en advocaten gaan hier de geschillen beslechten, dat lijkt de primaire vraag. Waar is de boer gebleven? Co-existentie van ggo- en andere gewassen is een waanidee, een hersenkronkel, die bedacht is door andere mensen dan boeren.

Je kan de natuur niet in geïsoleerde vakken indelen. Het wezen van de natuur is interactie en de mate waarin wind, bijen en insecten stuifmeel overbrengen kan je niet vanuit regels vastleggen. Ggo- vervuiling en -dominantie wordt geen waarschijnlijkheid maar een feit. Hebben we dan nog niets ge- leerd vanuit de, wat dat betreft, schrijnende berichten uit Amerika, of Canada, of Mexico?

Heren beleidsmakers, u kiest voor technologische vooruitgang, u spendeert uw budgetten aan geavanceerde onderzoeksinstituten die het leven reduceren tot macht en winst. U offert de boerenstand op door haar ziel te verkopen. U vergeet de essentie: gezond en veilig voedsel, voortgebracht door een boerenstand die de primaire behoeften van ieder mens verzorgt. Een boerenstand die slechts kan ademen als ze zich ingebed weet in een natuurlijk gegeven.

Het lijkt ons dat wetenschap zich onafhankelijk ten dienste moet stellen van het leven. En het beleid zich op de eerste plaats belangeloos ten dienste moet stellen van de burgers en de maatschappij. In de kwestie van de ggo’s is er, onder het mom van de heilige wetenschap, in het belang van de grootindu- strie beslist. Boeren en consumenten blijken hier minder belangrijk. Keuzevrijheid wordt zo een vals begrip. En dat aanvaarden we niet.

 

Op de website www.zelfzadentelen.be is veel informatie te vinden over het telen van groentezaden.