Er zijn in feite maar twee richtingen waarin de gentechnologie door de grote zaadmultinationals wordt toegepast bij het genetisch veranderen van voedselgewassen: het gewas wordt resistent gemaakt tegen een bepaald soort plaag-insecten, of het gewas wordt resistent gemaakt tegen onkruiden (wat je daarbij dan precies ‘onkruid’ noemt is alleen een kwestie van definiëren). Het is dus niet zo dat er veel aan specifieke opbrengstverhoging wordt gewerkt; het gaat meer over vermijding van plagen of de eliminatie van lastige eigenschappen, zoals gevoeligheid voor droogte (=zoutgevoeligheid), of insectenvraat.

De eerstgenoemde categorie wordt beheerst door een gen afkomstig uit een bacterie die een gifstof aanmaakt tegen een bepaald soort plaaginsecten, bv. tegen de maisboorder. Die bacterie heet Bacillus thuringiensis, afgekort tot ‘Bt’. Vandaar dat we vaak spreken over Bt-mais, of Bt-katoen. Er zijn verschillende Bt-typen in omloop, zoals bv. het type Btk, dat staat voor Bacillus thuringiensis kurstaki.
De tweede categorie wordt gevormd door voedselgewassen die een gen geïmplanteerd krijgen dat de plant resistent moet maken tegen onkruidverdelgers, vaak op basis van de werkzame stof glyfosaat. Een voorbeeld hiervan is Roundup, gefabriceerd door Monsanto.

Roundup is een herbicide dat veel minder goed afbreekbaar blijkt dan door Monsanto werd voorgespiegeld *). Dit  betekent dat de residuen van Roundup in het grondwater terecht gaan komen en in onze magen belanden als wij gg-producten eten.
Wat Roundup allemaal met de gezondheid doet kunt u  lezen op de pagina Gezondheid. Roundup heeft echter ook nog andere vervelende trekjes:

  • de onkruiden waartegen het gebruikt wordt, ontwikkelen resistentie tegen Roundup. Gevolg: er wordt meer gespoten om het onkruid onder de duim te houden. Dat betekent dat er weer meer residuen blijven hangen op het gewas en dat de gezondheidsrisico’s weer zijn toegenomen!
  • niet alleen grotere organismen, maar ook microben hebben last van Roundup. Daarom gaat de organische kwaliteit van de bodem achteruit bij het gebruik van Roundup. Dat heeft zo zijn gevolgen voor de opbrengst. Die gaat dus niet omhoog, zoals onze multinationals beweren, maar keldert juist van jaar op jaar als de bodem niet de gelegenheid krijgt om zich te herstellen;
  • Roundup-Ready gewassen scoren op een aantal punten duidelijk minder dan niet-gemodificeerde gewassen. Zie de pagina over landbouw. Als dan na een aantal jaren de resistentie van onkruiden tegen Roundup zover is toegenomen dat de resistentie van Roundup Ready gewassen nutteloos wordt, zijn er twee alternatieven: we gaan door met genetisch modificeren en produceren een gewas met resistentie tegen Agent Orange, of we gaan terug naar het conventionele gewas van voor het GG-tijdperk. Met die laatste optie is er echter een klein probleempje: die bestaat tegen die tijd niet meer. Verdonkeremaand door Monsanto. Daarmee hebben we dus een gezond gewas opgeofferd voor een gewas dat slechter presteert onder veldcondities, gezondheidsrisico’s meebrengt en bovendien het milieu steeds zwaarder belast met alle herbiciden die er op het gewas worden gebracht.

Wat is nu de conclusie van dit verhaal? Dat Roundup ons niet verder helpt, maar juist van de regen in de drup. Het middel is niet alleen giftig voor onkruiden, maar ook voor amfibiën, zoogdieren en dus ook mensen.  Niet zelden komt dit soort middelen terecht op individuen in de omgeving, die niets van doen hebben met de grootschalige spuitoperaties die door gentech-boeren worden uitgevoerd. Het genetisch geknutsel aan specifieke gewasresistenties is dus onthutsend kortzichtig, en totaal nutteloos wanneer we bedenken dat de natuur nooit voor 1 gat te vangen is, maar altijd zal reageren met nieuwe plaagvarianten (denk even aan het influenza-virus: elk jaar muteert het zodanig dat weer een nieuw vaccin nodig is).

We betalen ons blauw aan Monsanto en in ruil daarvoor worden we met grote maatschappelijke problemen opgezadeld en leveren we onze voedselzekerheid in. Is dat even een goede ruil?!

*) In Frankrijk is Monsanto veroordeeld door het hoogste gerechtshof, voor het verschaffen van valse informatie over de giftigheid van glyfosaat, het belangrijkste giftige bestanddeel van Roundup. Omdat Roundup echter nog andere schadelijke bestanddelen bevat heeft het geen zin om de schadelijke werking van Roundup enkel en alleen te kwantificeren aan de hand van glyfosaatonderzoek. Dat blijkt duidelijk uit het onderzoek dat door Gilles-Eric Séralini aan de Universiteit van Caen in Frankrijk is verricht samen met Nora Benachour.