MRTaylorWaarom is ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’ van gentechgewassen een wassen neus?James

Omdat genetische modificatie niet gelijkwaardig is aan een traditionele kruising en verborgen gebreken in de hand werkt (die men ook liever niet wil opsporen). Men vergelijkt appels met peren.

Michael R. Taylor, een paradepaardje uit de Monsanto-stal heeft de laatste 30 jaar al de nodige overstapjes gemaakt tussen gentechbedrijven, advokatenfirma’s lobbyend voor de agro-industrie en overheidsinstanties zoals de FDA (Amerikaanse voedsel- en warenautoriteit). Onder Taylor’s regi(m)e werden ggg’s door de FDA bestempeld als ‘substantially equivalent’ (wezenlijk gelijkwaardig) aan de traditionele voedselgewassen waarvan die ggg’s zijn afgeleid. Daarmee bereikte Taylor (en wapenbroeder James Maryanski als Biotechnology Coordinator) dat ggg’s werden gevrijwaard van allerlei extra regeltjes en waren ggg’s opeens even ‘gewoon’ en acceptabel geworden als traditionele voedselgewassen. Nu zit de hele wereld met de gebakken peren, want de VS laten geen mogelijkheid voorbij gaan om hun mening over ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’ aan andere staten op te dringen, bijvoorbeeld in de WTO, de Wereldhandelsorganisatie. Veel interne wetenschappers van de FDA maakten destijds bezwaar tegen het doordrukken van de ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’ als een axioma met algemene geldigheid voor ggg’s, maar bij het koppel Taylor/Maryanski maakten hun protesten geen enkele indruk. Erger was nog dat de Amerikaanse regering evenmin bedenkingen had tegen de aanpak van de FDA (hoe zou dat toch komen, vraag je je wel eens af). Tot op de dag van vandaag wordt nu de ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’ als credo (kreet) gebruikt om te rechtvaardigen dat ggg’s direct als voedsel kunnen worden gebruikt, zonder behoorlijk te onderzoeken welke milieu- en gezondheidsrisico’s daaraan verbonden zijn op de wat langere termijn. De enkele onafhankelijke wetenschapper die dat toch probeert krijgt per kerende post een indrukwekkende lading venijn over zich uitgestort.

Kort geleden werd Taylor bevorderd van ‘Food Safety Czar’ van President Obama tot Senior Advisor to the Commissioner of the FDA en bekleedt dus nu opnieuw een positie in de FDA waarin hij zijn desastreuze invloed op de voedselkwaliteit kan blijven uitoefenen. En zeker niet alleen in de VS, maar indirect ook over de hele wereld via de WTO.

Bij een genetische modificatie worden veel -nog onbegrepen- natuurlijke veiligheidsmechanismen die bij een ‘nette’ kruising horen buiten spel gezet (verschil 1). In plaats daarvan gebruikt men een dik hout-plankenmethode waarmee een klein stukje nieuw DNA ergens in een bestaande individuele cel wordt gemanoevreerd. Dat extra stukje moet dan zorg dragen voor de gewenste nieuwe eigenschap. Veel gentechnologen beschouwen dat als een voordeel, omdat ze slechts 1 of 2 eigenschappen van een bestaande cel willen veranderen en niet opnieuw al het DNA van vader en moeder willen mixen. De injectie van het nieuwe DNA-construct gebeurt echter met een trefzekerheid die meer bij Ezeltje Prik hoort dan bij de ‘chirurgische precisie’ waar gentech-adepten het graag over hebben. Je zou het dus beter een vorm van genetische roulette kunnen noemen, waarbij een extra stukje DNA zonder besturing via een achterdeurtje wordt losgelaten in een cel (verschil 2). Om een cel te vinden die tijdens zo’n modificatie BLIJFT functioneren EN waarin dat nieuwe stukje DNA ook actief is, is een flinke klus. Toch is het vinden van zo’n cel een essentieel onderdeel van de modificatie, omdat alleen zo’n cel kan uitgroeien tot een plant die de nieuwe eigenschap ook daadwerkelijk gebruikt. Pas daarna kan men aan zaadvermeerdering en veldproeven gaan denken. Eigenlijk zou men bij elk nieuw gg-gewas weer opnieuw het hele DNA moeten nalopen (sequencen) om te kijken of er tijdens de modificatie fouten geslopen zijn in de volgorde van de aminozuren. Dat men dat in veel gevallen niet doet (of niet publiceert), is een nalatigheid die niet te verdedigen valt als men weet dat bij de controles die WEL gedaan zijn, er veel fouten aan het licht zijn gekomen. Het ontvangende DNA bleek dan nog wel eens flink geklutst te zijn bij de modificatie.
Helaas leest de EFSA ondanks haar controlerende taakopdracht niet graag onafhankelijke rapporten van derden en voert zelf ook geen onafhankelijk tegenonderzoek uit. Dat heeft tot gevolg dat men zonder dat er een grondige, onafhankelijke controle heeft plaatsgevonden toelatingsaanvragen goedkeurt en men pas later voor verrassingen komt te staan als het ggg al in de handel is gebracht. Dat bleek in september 2012 weer eens, toen het Séralini-onderzoek op ratten problemen constateerde met een gewas dat al jaren eerder door EFSA was goedgekeurd.
Blijft dus over dat een multinational tijdens een ggg-goedkeuringsaanvraag zelf de EFSA zou moeten gaan attenderen op defecten die zijn aangetroffen in het DNA: daarover hoeven we geen hooggespannen verwachtingen te hebben. Doorgaans blijft het dus bij beoordeling van rapportages die door de aanvragende multinational zelf worden geschreven en is de EFSA onder die omstandigheden nauwelijks in staat een objectieve screening van ggg’s uit te voeren.