Het DNA van natuurlijke, niet-gemodificeerde gewassen reageert op flexibele wijze op de veranderende omstandigheden waaronder de plant zich moet ontwikkelen. Als er bijvoorbeeld een nieuw herbicide wordt gespoten, is de effectiviteit eerst meestal heel hoog en gaat alle onkruid dood. Als het middel echter steeds opnieuw wordt gebruikt, komt daar snel verandering in. De aanwezige onkruiden gaan zich dan aanpassen en overleven de spuit. Wanneer insecten steeds hetzelfde insecticide tegenkomen, worden ze ook resistent.
Daardoor vertegenwoordigt het inbouwen van resistentie in een genetisch gemodificeerd organisme maar gedurende korte tijd een relatief voordeel, terwijl de nadelen zich permanent voordoen en in de natuur worden verspreid.

Het grote probleem met genetische modificatie is dat er van een technologie gebruik wordt gemaakt die maar 1 kant op kan, en dat is vooruit. Met andere woorden: er kunnen wel veranderingen in het DNA van een gewas worden toegevoegd, maar ze kunnen nooit meer worden verwijderd. Dit terwijl de eigenschappen/resistenties die door multinationals aan de cellen van gemodificeerde gewassen worden meegegeven, maar korte tijd als verkoopargument kunnen worden gebruikt.  Daarna worden de resistenties weer door de natuur ingehaald. Voorbeeld: onkruiden die voortdurend aan het herbicide Roundup worden blootgesteld, blijken snel net zo resistent te worden als de RR-gewassen zelf, zoals bv. Roundup Ready soja, waarbij het gebruik van Roundup door Monsanto bindend wordt voorgeschreven. Het voordeel van het gebruik van Roundup Ready gewassen is dus weg zodra de onkruiden door het spuiten van Roundup niet meer doodgaan. Er moet dan in tweede instantie weer op andere, vaak zwaardere herbiciden worden overgeschakeld. Dat zien we nu al gebeuren met een 2e generatie van bestrijdingsmiddelen, die niet meer wordt gebaseerd op glyfosaat, maar op paraquat (2,4 D) en dicamba. Juichend wordt het nieuwe middel door multinational Dow (een broer van Monsanto) aangeprezen als dé oplossing voor bestrijding van onkruiden die resistent zijn geworden tegen Roundup. Terwijl we allemaal weten dat paraquat, dicamba of welke middelen ook, dezelfde weg zullen gaan als Roundup. Het enige verschil zal zijn dat er nog meer landbouwgrond wordt verziekt, met nog zwaardere bestrijdingsmiddelen. De stap naar Agent Orange komt steeds dichterbij.

Er zijn in feite maar twee richtingen waarin de gentechnologie door de grote zaadmultinationals op grote schaal wordt toegepast bij het genetisch veranderen van voedselgewassen:
a) het gewas wordt resistent gemaakt tegen een bepaald soort plaag-insecten, of
b) het gewas wordt resistent gemaakt tegen een onkruidbestrijdingsmiddel (wat je  ‘onkruid’ noemt is daarbij alleen een kwestie van definiëren).
Daarnaast wordt er op experimentele schaal onderzoek gedaan met aardappelsoorten die resistent worden gemaakt tegen schimmelziekten zoals Phytophthora. De enige gg-aardappel die op dit moment voor commercieel gebruik is toegelaten in de EU, is de Amflora. Dit is geen voedselgewas, maar een aardappel die specifiek voor de zetmeelproductie is ontwikkeld. Dat het loof daarvan als veevoeder zal worden gebruikt is echter zeer waarschijnlijk, tenzij er andere, nieuwe toepassingen worden gevonden die geld kunnen opbrengen. Het voederen van vee met dit loof is zeer riskant omdat de Amflora een antibiotica-resistent gen bevat dat is gebruikt bij de ontwikkeling van het gewas, maar -u raadt het al- nadien niet meer kon worden verwijderd.

Alles bij elkaar is het dus niet zo dat er veel aan specifieke opbrengstverhoging wordt gewerkt, want daarbij zijn veel te veel verschillende planteneigenschappen betrokken.  De opbrengst van een gewas is dus heel moeilijk te beïnvloeden; het gaat meer over de eliminatie van bepaalde lastige eigenschappen, zoals gevoeligheid voor schimmels,  insectenvraat of zout (=droogtegevoeligheid), en zelfs daarbij zijn al meerdere eigenschappen betrokken. We kunnen dus beter spreken van beperking van de opbrenstverliezen, gerekend ten opzichte van de potentieel haalbare opbrengst van een gewas. Die moet als een betrekkelijk constante factor worden beschouwd. De vorderingen op het gebied van de eliminatie van gevoeligheden zijn, na 30 jaar van gouden beloftes, nog zeer matig te noemen. Pas kortgeleden heeft Monsanto eindelijk een ‘droogte-tolerante’ mais gelanceerd met een aantal ‘gestapelde’ genen, de MON87360, die in december 2011 door de USDA werd vrijgegeven (gedereguleerd).  De verworvenheden van dit gewas blijken echter zeer bescheiden te zijn, als we lezen dat de droogte-tolerantie niet verder strekt dan “gematigd droge condities” en dat wanneer opbrengstverliezen beperkt  moeten blijven, de gg-mais “qua minimum waterbehoefte niet beter scoort dan het  waterverbruikstraject van reguliere mais-rassen”. Mogen we even lachen? Nu even terug naar de commerciële gg-gewassen:

  1. De eerstgenoemde categorie wordt gevormd door voedselgewassen die een gen geïmplanteerd krijgen dat de plant resistent moet maken tegen onkruidverdelgers. Herbicide-resistente gewassen (RR-gewassen in de wandeling), vormen de belangrijkste poot van biotech-gigant Monsanto. RR staat voor Roundup Ready en Roundup is het herbicide van Monsanto waarin het belangrijkste (maar niet het enige) actieve bestanddeel glyfosaat is.
    Liberty Link is het gewas van Bayer Crop Science. Liberty is het herbicide van Bayer,  alleen is de actieve component hier geen glyfosaat, maar glyfosinaat. De ‘grap’ van deze gewassen is dat ze vast verbonden zijn met een specifiek bestrijdingsmiddel, dat -hoe raad je het zo- door hetzelfde bedrijf wordt gefabriceerd.
  2. De tweede categorie, Bt-gewassen, bevat een gen afkomstig uit de bacterie Bacillus thuringiensis, afgekort tot ‘Bt‘, die een gifstof aanmaakt tegen een bepaald soort plaaginsecten, bv. tegen de maisboorder. Vandaar dat we vaak spreken over Bt-mais, of Bt-katoen. Er zijn verschillende Bt-typen in omloop, zoals bv. het type Btk, dat staat voor Bacillus thuringiensis kurstaki. Van oudsher werden Bt-preparaten in een kristallijne vorm toegepast in de biologische landbouw, als een van de weinige beschikbare bestrijdingsmiddelen. Door de annexatie en het grootschalig gebruik in de gentechlandbouw zal het middel in de biologische landbouw steeds minder effectief worden.