Bt staat voor Bacillus thuringiensis, een bodembacterie die al sinds jaar en dag in de alternatieve landbouw werd gebruikt om een preparaat te maken waarmee insectenplagen worden bestreden.

Bt-gewassen zijn genetisch gemodificeerde gewassen waaraan een gen is toegevoegd*) dat afkomstig is van bovengenoemde bacterie, de Bacillus thuringiensis. Bt-gewassen produceren met behulp van dat Bt-gen zelf in elke cel een bestrijdingsmiddel tegen vraat-insecten. Dat lijkt op het eerste gezicht een slimme zet, want zodra een insect zich in een plant naar binnen heeft gevreten, is er met bespuitingen aan de buitenkant van de plant niet veel meer te bereiken.

Er is echter een groot verschil tussen de manier waarop de gentech-industrie zich nu van de Bt-bacterie meester heeft gemaakt (er zat tenslotte nog geen patent op) en het traditionele gebruik in de biologische landbouw. Dat heeft te maken met een groot verschil tussen de werking van het gif in Bt-gewassen en de werking van het oorspronkelijke Bt-preparaat zoals dat (nog) in de alternatieve landbouw wordt gebruikt: in het laatstgenoemde preparaat komt het gif voor in een kristallijne vorm, die pas actief wordt wanneer het in de maag van bepaalde plaag-insecten wordt omgezet: eerst in een pro-toxine en pas daarna in de feitelijk actieve vorm. Het preparaat zoals gebruikt in de alternatieve landbouw is dus dubbel selectief ,
– ten eerste omdat het pas op het gewas wordt gebracht bij een insectenplaag en
– ten tweede omdat het bovendien pas actief wordt in de maag van bepaalde insecten.

Dit gezegd hebbende wordt pas echt duidelijk waarom de actieve vorm van het bestrijdingsmiddel in Bt-gewassen zoveel nadelen heeft:

  1. de nadelen zijn altijd aanwezig en actief, ook als er geen insectenplaag is om te bestrijden. Dat is vergelijkbaar met luchtafweergeschut dat de hele dag granaten afschiet, ook als er in de verre omtrek geen vijandelijk vliegtuig te bekennen valt. Het voordeel is er alleen als er vijandelijke vliegtuigen neer te halen zijn, maar dat valt in het niet bij de nadelen, zoals continue lawaai en de afgeschoten projectielen die nergens toe hebben gediend maar wel continue hun omgeving gaan vervuilen. Het voordeel wordt bovendien steeds minder belangrijk met het voortschrijden van de tijd, waarin alleen de nadelen toenemen. Zie ook het rapport
    Benefits of Bt cotton counterbalanced by secondary pests? Perceptions of ecological change in China‘. Hierin wordt besproken hoe andere plagen de kop opsteken als gevolg van het verbouwen van Bt-katoen.
  2. sommige insecten die met Bt-gewassen in aanraking komen, bouwen onafgebroken resistentie op tegen het Bt-gif, ook als de desbetreffende categorie niet bestreden behoeft te worden. Andere categorieën insecten, zoals bijen, verdwijnen gewoon, met alle gevolgen voor de bestuiving van gewassen in de regio. Wat voor vér strekkende consequenties dit gaat hebben voor gewassen die voor hun vruchtzetting afhankelijk zijn van bestuiving door insecten, dringt nog niet zo door tot het publieke bewustzijn
  3. het bodemleven gaat elk jaar dat er Bt-gewassen op het veld staan achteruit, want ook de bodembewoners lijden onder de Bt-toxines, terwijl ze geen doelgroep van de bestrijding zijn. Gevolg  is dat plantmateriaal dat op de bodem wordt gebracht steeds slechter verteert, simpelweg omdat er minder bacteriën zijn om het werk te doen;
  4. door de continue gifproductie krijgen niet alleen de schadelijke insecten de volle laag, maar ook andere levende wezens waar het gif niet voor bedoeld is. Daaronder valt niet alleen het bodemleven zoals genoemd onder punt 3, maar ook het vee dat Bt-voer krijgt voorgezet, de vogels  en niet te vergeten de mens, die Bt-gewassen als voedsel krijgt voorgeschoteld.
  5. Van vee is al bekend dat door het eten van Bt-mais de fertiliteit sterk terugloopt.  Uit India komen berichten dat vee dat heeft gegraasd op de stoppels van Bt-katoen vaak dood gaat door onverteerde plantenresten die in de maag achterblijven. Het bevestigt eerdere berichten dat Bt-katoen veel meer onbekende eiwitten produceert die allesbehalve onschadelijk zijn bij consumptie. Bij mensen die bij de verwerking in aanraking komen met Bt-gewassen levert het huidproblemen en veel allergieën op.
  6. Er is vastgesteld dat dieren die de keuze hebben tussen Bt-gewassen en niet-Bt-gewassen, altijd kiezen voor de niet-Bt-gewassen. De bijen zijn daar een goed voorbeeld van.

Resumerend kan men zeggen dat het inbouwen van een Bt-gen in een landbouwgewas zoals katoen al een uiterst dwaas concept is in het licht van alle gevolgen voor het milieu, maar het implanteren van een Bt-gifproducerende eigenschap in een voedselgewas zoals mais of aubergine grenst aan criminaliteit.
Slechts een absurd klein gedeelte van de door de planten geproduceerde Bt-toxinen komt terecht bij de doelgroep van de plaaginsecten. Daaraan wordt dan de kwaliteit van ons voedsel volkomen ondergeschikt gemaakt. De rest van de Bt-toxinen komt in het milieu terecht waar het alleen maar schade aanricht, en ongewilde resistentie veroorzaakt bij insecten die niet tot de doelgroep behoren, of populaties van nuttige insecten domweg verjaagt. Gezien het voorgaande slaat de hogere prijs die voor dergelijke Bt-zaden gevraagd wordt, helemaal nergens op.

Tenslotte: Het mag duidelijk zijn dat het resistent worden van insecten tegen Bt-toxines ook consequenties heeft voor de effectiviteit van de bestrijding die in de alternatieve landbouw wordt toegepast: daar kan men binnenkort naar een ander bestrijdingsmiddel gaan uitkijken. Dankjewel Monsanto!

*) “Een gen toevoegen”, dat klinkt iets simpeler dan het in werkelijkheid is. Lees meer over dit complexe proces op de Gentech-pagina