Voor de regelgeving is het belangrijk de volgende begrippen uit elkaar te houden:

  • toegelaten en niet-toegelaten ggg’s,
  • ggg’s als ingrediënten van voedingsmiddelen, en overige ggg’s;
  • vermijdbare en niet-vermijdbare contaminatie.

Toegelaten ggg’s
De toelating van ggg’s wordt geregeld op Europees niveau, nadat de lidstaten hun mening hebben gegeven over een advies afkomstig van de EFSA, de European Food Safety Authority. In Nederland speelt de COGEM daar een rol, een commissie die de minister ondersteunt bij de meningsvorming rond de milieuaspecten van het beleid dat in Europa wordt gehanteerd bij de toelating van nieuwe GGO’s. Voor controle op verantwoorde toepassing van transgene gewassen is het budget van I&M voor 2012 met 21 procent gereduceerd ten opzichte van de begroting van 2011, naar 2,4 miljoen euro. Voor 2013 is het budget met 42 procent verlaagd naar 1,94 miljoen euro. Met dat bedrag kan feitelijk alleen de COGEM overeind worden gehouden, hetgeen Nederland juridisch minimaal  verplicht is naar de EU, in het kader van de toelatingsprocedure die van kracht is voor GGO’s. Controle in het veld op transgene gewassen is dan verder een wassen neus.

Sinds april 2004 is de Europese Verordening EC/1829/2003 van kracht, voor aanvragen voor toelating

  • van levensmiddelen en diervoeders die geproduceerd zijn met ggo’s of bestaande uit ggo’s, de zg. Food toestemming
  • van import en teelt van levende ggo’s (deze laatste categorie kan ook nog steeds worden aangevraagd onder de Richtlijn 2001/18/EC), de zg. teelt- en verhandeltoestemming, ook wel Risico-beoordeling voor introductie in het milieu genoemd

Het overzicht van de toegelaten/teruggetrokken gewassen vindt u op
http://ec.europa.eu/food/dyna/gm_register/index_en.cfm
De meest recente toelatingen staan daar nog niet bij. Op dit moment zijn in Europa 31 transgene gewassen toegelaten: de Amflora-zetmeelaardappel, een suikerbiet, drie koolzaad-, zeventien mais-, drie soja- en zes katoensoorten. Daarvan hebben alleen de MON810 (een Bt-mais) en de Amflora (een amylopectine-aardappel) een teeltvergunning.

In Nederland moeten commerciële teelten van in Europa toegelaten gg-gewassen worden worden geregistreerd in de GGO-database van VROM. De telers moeten hun ggg-teelten dus aangeven bij  VROM. Tot op heden zijn er in Nederland echter nog betrekkelijk weinig toegelaten gg-gewassen als commerciële teelt officieel geregistreerd*). Wel worden er al grote hoeveelheden gemodificeerd veevoer geïmporteerd. De Bt-maisvariëteit MON810 (in feite een Btk-variëteit, omdat het gaat om insectwerende eigenschappen geproduceerd door een gen van de Bacillus thuringiensis subspecies kurstaki) was van 1998 tot 2008 toegelaten. Daarna is er nog geen nieuwe vergunning afgegeven omdat een aantal landen bezwaren opwierp tegen verlenging en moratoria instelden. Een hernieuwde vergunning is daardoor al jaren ‘under reconsideration’.

De impasse tussen Europese landen over de vraag op welke manier met genetisch gemodificeerde gewassen (ggg’s) moet worden omgegaan, duurt voort. Er zijn verschillende landen die  weinig op hebben met het toelaten van de teelt van ggg’s zonder adequaat onderzoek naar de milieu- en gezondheidsrisico’s. De vraag van de dwarsliggende landen is: wordt er eigenlijk wel voldoende gekeken naar de mogelijke schade op langere termijn, op het gebied van gezondheid en milieu? De rol van de Europese voedsel- en warenautoriteit EFSA wordt in dat verband nogal kritisch bekeken. Voert men daar ook nog onafhankelijk onderzoek uit, of praten ze voornamelijk de bedrijfsonderzoeken na die op hun bureau worden gedeponeerd? Dat laatste, daar heeft het alle schijn van. Natuurlijk wel makkelijk, die kant en klare onderzoeken, dat scheelt een hoop tijd en moeite, en dus ook geld. Maar hoe onafhankelijk zijn die bedrijfsrapporten nu eigenlijk? Dat dat wel eens tegen kan vallen ondervond minister Verburg op 18 september 2009, toen bleek dat het positieve oordeel over gentechgewassen dat ze naar de Tweede Kamer had gestuurd een samenvatting bleek te zijn van een onderzoeksrapport bekostigd door Monsanto. Die samenvatting had ze ontvangen uit de handen van professor Bino uit Wageningen. Betrouwbare informatie is toch goud waard, nietwaar?

Resultaat van dit alles is dat de Europese Commissie in afwachting van een nieuwe toelatingsprocedure nu zelf knopen doorhakt over de toelating van nieuwe ggg’s

Veldproeven met niet-toegelaten ggg’s (het ingeperkt gebruik)
Niet-toegelaten ggg’s kunnen in Nederland alleen gebruikt worden als er vergunning is verleend voor experimenten onder specifieke omstandigheden (de veldproeven- of IM-vergunning). In Nederland jaarlijks worden ongeveer 800 vergunningen verleend voor ingeperkt gebruik van transgene gewassen, waaronder een tiental voor gebruik in het milieu, zoals bij veldproeven. Voor het werken met niet-toegelaten GGO’s gelden onder andere het Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen van de Wet milieugevaarlijke stoffen en de ministeriële ‘Regeling ingeperkt gebruik genetische gemodificeerde organismen’. De ggg’s vallen hier ook onder, als onderdeel van GGO’s. Genoemde regeling onderscheidt 3 risiconiveaus, die aangeven of instellingen met hun proeven in het laboratorium moeten blijven, of dat ze ook veldproeven mogen uitvoeren. Er zijn in Nederland 3 ministeries verantwoordelijk voor het toezicht daarop:

  • voor beoordeling van de voedselveiligheid , het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
  • voor beoordeling van diervoederveiligheid , het Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en
  • voor beoordeling van milieuveiligheid, het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM).

Zij bestrijken samen het gebied van gentechnologie en GGO’s en hebben daarom ook samen het Loket GGO markttoelatingen ingesteld. Dit valt onder het Bureau GGO, dat is geplaatst bij het Stoffen Expertise centrum (SEC) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM ).  Het ministerie van VROM kijkt naar de milieurisico’s en verleent de vergunningen in het kader van het GGO-besluit voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Voor het bekijken van de lokaties van de veldproeven klikt u hier, zij het dat VROM (nog steeds) toestaat dat de hier aangegeven lokaties 100x groter zijn dan het oppervlak van de eigenlijke veldproeven. Voor de veldproef in de Gemeente Lingewaard met o.a. Phytophthora-resistente aardappelen wordt bv. een vierkant van 20 ha aangegeven, terwijl de feitelijke proef maar zo’n 2000 m2 beslaat.
Het ministerie van LNV hield zich met name bezig met de promotie van de biotechnologie als bedrijfstak; het bewaken van de GG-voedselveiligheid is wat op de achtergrond geraakt de afgelopen jaren. Hoe het nieuwe EL&I-ministerie zich op dat punt profileert is nog een beetje onduidelijk.

Ggg’s als ingrediënt van voedingsmiddelen
Voor gg-gewassen die niet zijn toegelaten als voedingsmiddel geldt nu (nog) een zg. nul-tolerantie. Dat houdt in dat partijen waarin bv. sporen van niet-toegelaten gg-zaden worden aangetroffen, gewoon niet geïmporteerd mogen worden. Voor veevoeder is er nu echter in juni 2011 door de EC een nieuwe verordening goedgekeurd waarin voor ggg’s die in de toelatingsprocedure zitten, een versoepeling wordt ingevoerd. Het begin van een hellend vlak, zou je kunnen zeggen. De belangen van veevoeder-importeurs wegen zwaar, mogen we concluderen. De vraag die bij ons steeds naar boven komt is: welke garanties zijn er eigenlijk dat de gg-gewassen die nu in Nederland verschijnen klaar zijn om uit de laboratoria in ons milieu gebracht te worden en gebruikt te worden als voedsel? Hoeveel contra-expertise (wij bedoelen hier onafhankelijk tegen-onderzoek, voor de slechte verstaanders) is er nu, zeg vanaf het jaar 2000 beschikbaar gekomen waaruit zonneklaar blijkt dat wij geen risico’s lopen met onze gezondheid? Zouden we in Nederland langzamerhand niet eens wat meer gemeenschapsgeld aan VERIFICATIE uitgeven, in plaats van alleen aan INTRODUCTIE van risico-gewassen? Er rijzen steeds opnieuw vragen over de giftigheid van middelen die in relatie tot de verbouw van gg-gewassen moeten worden gebruikt, zoals Roundup, Liberty en Basta. Voor het middel glufosinaat (gebruikt in Basta en Liberty) geldt dat dit zo giftig is dat het in Europa op de nominatie staat om verboden te worden! Als glyfosaat nu even giftig is als glufosinaat, waarom wordt glyfosaat dan niet verboden, of hooguit voor de particuliere sector?

*) Vraag van de werkgroep: Wordt deze database wel een beetje bijgehouden?