Na 16 jaar van moeizame onderhandelingen is men het op 5 juli 2011 in de CCFL, de Codex Committee on Food Labelling, eens geworden over de normen die gelden voor het etiketteren van voedingsmiddelen die zijn geproduceerd met behulp van biotechnologische technieken. Genetisch gemodificeerd voedsel vormt daar een belangrijk onderdeel van.

De CCFL  is het overlegorgaan van de VN waarin vertegenwoordigers van WHO en FAO praten over het stellen van voedselkwaliteitsnormen. Van nog groter belang is echter dat deze normen ook gebruikt worden in de WTO, de World Trade Organisation. De onderhandelingen hebben zo lang in beslag genomen, omdat vertegenwoordigers van de biotechnologische industrie (in eerste instantie afkomstig uit de VS en Canada) zich al sinds 1995 tot het uiterste hebben verzet. Hun angst voor GM-etikettering komt niet geheel uit de lucht vallen, omdat ze bang zijn dat voedsel met GM-etiketten in de schappen zal blijven liggen, net zoals dat in Europa is gebeurd in 2004, toen daar de etiketteringsverplichting werd ingesteld. De Amerikaanse persistente onwil om GM-etikettering toe te staan toont kristalhelder aan hoe veel de AFWEZIGHEID van een consumenten-keuzemogelijkheid betekent voor de toekomst van gg-voedsel. Uiteindelijk hebben de tegenstribbelaars hun verzet toch opgegeven, omdat met name Afrikaanse regeringen onder druk van hun achterban bleven aandringen op een succesvolle afronding van het etiketterings-overleg. Daarmee komt de promotie van gg-voedsel als ‘de’ oplossing van het wereldvoedselvraagstuk wel in een ander daglicht te staan!

Bij een eerste beschouwing zou men niet verwachten dat over een klein aantal regels zo zwaar en zo lang gevochten moest worden. De definitieve tekst vermeldt simpelweg dat er “verschillende benaderingen  worden gebruikt met betrekking tot het etiketteren van voedsel dat is afgeleid van moderne biotechnologie, inclusief voedsel dat genetisch gemodificeerde organismen bevat”. De persvoorlichter van de WHO  verklaart dat “regeringen vrij zijn te beslissen of en hoe voedsel afgeleid van moderne biotechnologie wordt geëtiketteerd, inclusief voedsel dat genetisch gemodificeerde organismen bevat”. Hij voegt daar dan nog aan toe “dat etikettering dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de tekst die door Codex Committee is goedgekeurd, om eventuele handelsbarrières te voorkomen”.
Hier treedt de link met de WTO duidelijk naar voren.

Het handelsconflict met Europa vormde een zwaarwegende reden voor Amerikaanse oppositie tegen globale etiketterings-wetgeving. Michael Hansen van Consumers Union, een consumentenorganisatie uit de VS, stelt dat ‘hoewel de consument nauwelijks gewonnen heeft, de industrie wel flink verloren heeft’. ‘Terwijl consumenten uit waren op richtlijnen voor etikettering, is het hele proces gekaapt door de link met de WTO’, zo zegt hij.

De industrie probeert het belang van de overeenkomst af te doen als een compilatie van reeds bestaande teksten. Op zich is dat niet onwaar: het geheel ziet er grotendeels ook zo uit. Het zijn echter vooral de 2 paragrafen die aan de compilatie vooraf gaan die enorme consequenties gaan krijgen, vanwege hun verwijzingen naar de bestaande normen in al die andere Codex-documenten, individueel al goed voor vele jaren van onderhandelen. De GM-etikettering is onderdeel daarvan.

Zonder de nieuwe preambule (inleidende tekst) in de Codex zou etiketteringswetgeving echter zeer kwetsbaar zijn geweest voor dreigende handelsbeperkingen. De VS, Canada en Argentinië hadden al een precedent geschapen met het gezamenlijk  pogen de Europese markten open te breken voor gg-voedsel. Toen Canada (jarenlang de metgezel van de VS) zich onder druk van consumentengroeperingen terugtrok uit dit blok, waren de VS niet meer bij machte hun verzet langer door te zetten. Eenmaal weg uit het clubje heeft Canada er  in een speciale werkgroep (in de persoon van voorzitter Paul Mayers) ook weer voor gezorgd dat de uiteindelijke tekst werd opgesteld  en vervolgens toch werd goedgekeurd door de Codex Committee.

Bron: http://www.responsibletechnology.org/news/1574

Opmerkingen van de werkgroep:

Bovenstaand artikel bespreekt de etiketteringsnormen vooral vanuit een Amerikaans/Canadees perspectief op de handelsproblemen. De overeenkomst markeert echter een vooruitgang op meerdere punten:

  1. De Europese etiketteringswetgeving t.a.v. gg-voedsel staat niet meer geïsoleerd; er is een algemeen geaccepteerde basis voor gekomen die in de WTO veel minder makkelijk onderuit gehaald kan worden.
  2. Ook voor Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen is de weg vrij om etikettering in te kunnen voeren die is gebaseerd op een algemene standaard. Daardoor zullen zij minder last ondervinden van obstructie van de kant van de industrie
  3. Met de nieuwe normen komt er ook meer support voor een non-GM label in Noord-Amerika zelf, wat een eerste stap is naar de traceerbaarheid van gezondheidsproblemen die voortvloeien uit de consumptie van gg-voedsel. Op dat vlak worden de eerste resultaten geboekt met het bekend worden van bevolkingsonderzoek zoals dat van het Sherbrooke Hospital in Quebec, naar de aanwezigheid van gifstoffen in de bloedbaan, afkomstig van gg-voedsel.