GM staat voor genetische modificatie, een proces waarvan GGO’s (genetisch gemodificeerde Organismen) het resultaat zijn. Ggg’s zijn genetisch gemodificeerde gewassen. Genetisch veranderde gisten, schimmels en bacteriën zijn dus wel onderdeel van GGO’s, maar horen niet thuis onder de ggg’s.

Met GGO’s is er iets vreemds aan de hand.

Op nationaal en Europees niveau worden GGO’s vooral als economisch belangrijk ervaren, en worden het gebruik en de introductie gestimuleerd. Natuurlijk is voor ggg’s het opstellen van een co-existentieregeling met de reguliere en biologische landbouw nog niet helemaal afgerond, maar het economisch belang staat bij onze overheid duidelijk voorop.
Op gemeentelijk niveau echter blijken GGO’s opeens te zijn veranderd in risico-organismen! Of is dat alleen in Nijmegen het geval? In de nota risicobedrijven van de gemeente Nijmegen lezen we in Bijlage IV sub 5.4 ad 3. over biologische veiligheid:

Binnen KUN/AZN *) wordt op een aantal locaties onderzoek naar risico-organismen uitgevoerd. Deze risico-organismen zijn genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) en pathogene organismen uit risicoklasse 3 (zoals bijvoorbeeld het aids-virus en vormen van de Malaria-parasiet). Ontsnapping van deze organismen kan leiden tot de verspreiding van ziektes en tot verandering van erfelijk materiaal en verstoring van het biologisch evenwicht in de omgeving. Om deze risico’s zoveel mogelijk in te perken zijn er landelijk regels van kracht voor het werken met GGO’s en pathogene organismen. Voor het werken met GGO’s gelden onder andere het Besluit Genetisch Gemodificeerde Organismen van de Wet milieugevaarlijke stoffen en de ministeriële ‘Regeling ingeperkt gebruik genetische gemodificeerde organismen’. Het ministerie van VROM verleent de vergunningen in het kader van het GGO-besluit voor het uitvoeren van de werkzaamheden.

Vanwaar dit verschil? Het kan natuurlijk zijn dat GGO’s alleen in het lab een risico vormen, en niet wanneer ze in ons voedsel worden gebruikt of als ggg’s in het open veld worden aangeplant. Tenslotte is het waar dat de EFSA (de Europese voedselveiligheidsautoriteit) de ggg’s die in de EU zijn toegelaten heeft goedgekeurd. Maar er zijn vraagtekens te plaatsen bij de grondigheid waarmee de EFSA te werk gaat. Voor zover wij weten leest de EFSA voornamelijk rapportjes van gentechmultinationals die belang hebben bij toelating van ggg’s in de EU, en is er bv. nooit epidemiologisch onderzoek van enige omvang uitgevoerd naar de lange termijn-effecten die ggg-gebruik zou kunnen hebben op de mens (en al helemaal niet op onze veestapel). Ons inziens is dus de gemeentelijke benadering van GGO’s correct, en de nationale/Europese houding zeer voorbarig. Het verschil ligt in de toepassing van het voorzorgsprincipe: op gemeentelijk niveau wél, en op Europees/nationaal niveau niet.

Hoe dichter je de consument nadert hoe kritischer de geluiden over GGO’s worden, zou je kunnen zeggen. Waarom landelijke en Europese overheden zo’n totaal andere houding t.o.v. de introductie van GGO’s aannemen dan hun onderdanen, is een zeer interessante vraag……

*) KUN en AZN heten tegenwoordig RU en UMCN, de Radbouduniversiteit en het Universitair Medisch Centrum St Radboud Nijmegen, respectievelijk.