Het absoluut kwalijke van de richting waarin de gentechnologie zich binnen de landbouw beweegt, is dat er tot op heden eigenlijk maar twee eigenschappen worden ingebouwd in planten:

  1. een capaciteit om bestrijdingsmiddelen te produceren (dit is de categorie Bt-gewassen)
  2. een capaciteit om bestrijdingsmiddelen te overleven (dit is de categorie herbicide-resistente gewassen)

Beide eigenschappen verontreinigen ons milieu met bestrijdingsmiddelen en hebben navenant negatieve klimaatinvloeden. Andere eigenschappen die al sinds jaar en dag door de gentechnologie worden beloofd, blijven steken in het laboratorium of worden door de consument niet gepikt.

Het grote verschil met de wijze waarop bestrijdingsmiddelen in andere vormen van landbouw worden toegepast, is dat in de gentech-landbouw de dosering en timing van het bestrijdingsmiddel  niet meer worden afgestemd op de aard en ernst van de plaag. Er wordt dus niet meer gekeken of het bestrijdingsmiddel noodzakelijk is op dat moment, en hoeveel er op dat moment nodig zou zijn om het gewenste effect te sorteren.
In de gentech-landbouw is dat allemaal niet meer belangrijk: er wordt stelselmatig een overmaat aan bestrijdingsmiddel gebruikt, simpelweg om een (eventuele) plaag voor te zijn. Op deze manier zorgen bestrijdingsmiddelen niet voor plaagbestrijding, maar voor een bestrijdingsplaag.

De natuur beantwoordt dit onbenullige, onbeperkte gebruik van bestrijdingsmiddelen met een toenemende resistentie bij alle individuen (flora en fauna) die van generatie op generatie aan de overvloedig en continu aanwezige bestrijdingsmiddelen worden blootgesteld. En dat zijn veel meer insecten en onkruiden dan alleen de doelgroepen die bestreden moeten worden! De bestrijdingsmiddelen die nu dus systematisch, in veel grotere hoeveelheden dan vroeger in het milieu worden gebracht, belasten het milieu daarom ook veel zwaarder dan vroeger. En hoe sneller de generaties elkaar opvolgen, hoe sneller de blootgestelde populaties van onkruiden en insecten ook resistent worden.

Roundup is zo’n bestrijdingsmiddel, dat bovendien veel minder goed afbreekbaar blijkt dan door de fabrikant Monsanto werd voorgespiegeld. Dit  betekent dat het middel minimaal een jaar in het milieu aanwezig blijft en de signalen dat deze periode kan oplopen tot 7 jaar worden steeds sterker. De residuen van Roundup kunnen dus makkelijk aanwezig zijn op voedsel dat in onze magen belandt als wij gg-producten eten. Wat Roundup allemaal met de gezondheid doet kunt u  lezen op de pagina Gezondheid; we beperken ons nu even tot de milieurisico’s.
Door hun moeilijke afbreekbaarheid bereiken de residuen van Roundup met de regen ook makkelijk het grondwater, komen zo in rivieren terecht en worden over veel grotere gebieden verspreid dan alleen het areaal dat met Roundup bespoten wordt. Hieronder is een voorbeeld gegeven voor de rivier de Maas, met de maximale concentraties van bestrijdingsmiddelen gevonden in  2008. Glyfosaat en AMPA zijn 2 van de werkzame stoffen afkomstig uit Roundup. De hoge concentraties in het rivierwater zijn afkomstig van de landbouw (akkers onkruidvrij maken) en van gemeenten die hun straten en bermen (nog) schoonhouden met Roundup. Het toont aan hoe gemakkelijk Roundup zich verspreidt in het milieu. Wanneer men zich realiseert dat er nog geen RR-gewassen voor teelt zijn toegelaten in de EU kan men zich voorstellen hoe deze concentraties verder zouden gaan stijgen als RR-gewassen wél op onze akkers worden toegelaten!

Overzicht maximale gehalten bestrijdingsmiddelen gevonden in onttrokken Maaswater in 2008 [in μg/l, tenzij anders vermeld]

 
Stof Tailfer Luik Eijsden Heel Brakel Keizersveer Stellendam
2,4-D <0,02 <0,06 0,37 <0,05 0,1 0,24 <0,02
Carbendazim 0,07 <0,05 <0,05 0,05 0,28 Cijfers in blauw: beneden 80% van de
Chloortoluron 0,12 0,14 0,12 0,07 0,05 0,09 0,07 streefwaarde DMR-Memorandum 08
Chloridazon <0,03 0,15 0,12 0,1 <0,05 0,09 <0,05
Diuron 0,07 0,19 0,14 3,6 0,08 1,2 0,04
Glyfosaat 0,14 0,26 0,28 0,11 0,29 0,14 Cijfers in oranje: boven de streefwaarde
AMPA 0,64 1,2 1,8 2,1 2,2 0,75 uit het DMR-Memorandum 2008
Isoproturon 0,08 0,21 0,11 0,07 0,05 0,11 0,11
MCPA 0,03 <0,06 0,37 <0,05 0,2 0,21 <0,05

Uit: De kwaliteit van het Maaswater in 2008, RIWA Maas/Meuse. De resultaten voor 2009 wijken daar niet wezenlijk van af.

Een ander trekje van RR-gewassen is dat ze enorme hoeveelheden extra stikstof-kunstmest vragen, omdat het stikstofbindend vermogen van bv. soja is afgenomen t.o.v. de traditionele varianten. Dat betekent dat de miljoenen hectares RR-gewassen bijdragen aan het negatieve effect op het klimaat. Datzelfde geldt voor het CO2-probleem: de invloed van RR op het bodemleven en de humusproductie vermindert het vermogen van de bodem om CO2 te binden en op te slaan.

Tenslotte maakt RR in de bodem de weg vrij voor de versnelde verspreiding van ziektes. De 4 belangrijkste schimmels die daarbij betrokken zijn, zijn Fusarium, Phythium, Rhizoctonia en Phytophthora. Het aantal aangetoonde verbanden tussen het gebruik van RR en de verspreiding van bodemziektes staat nu op 40, maar stijgt nog steeds

Bron: http://www.organicconsumers.org

Tabel 3: Overzicht maximale gehalten bedreigende stoffen in onttrokken Maaswater in 2008 [in μg/l, tenzij anders vermeld]
Stof
Tailfer
Luik
Eijsden
Heel
Brakel
Keizersveer
Stellendam
2,4-D
<0,02
<0,06
0,37
<0,05
0,1
0,24
<0,02
Carbendazim
0,07
<0,05
<0,05
0,05
0,28
Chloortoluron
0,12
0,14
0,12
0,07
0,05
0,09
0,07
Chloridazon
<0,03
0,15
0,12
0,1
<0,05
0,09
<0,05
Diuron
0,07
0,19
0,14
3,6
0,08
1,2
0,04
Glyfosaat
0,14
0,26
0,28
0,11
0,29
0,14
AMPA
0,64
1,2
1,8
2,1
2,2
0,75
Isoproturon
0,08
0,21
0,11
0,07
0,05
0,11
0,11
MCPA
0,03
<0,06
0,37
<0,05
0,2
0,21
<0,05