Het tijdrovende kruisen van gewassen kan met genetische modificatie dan wel -tot op zekere hoogte- vermeden worden, maar wat we daarvoor hebben teruggekregen is een onvoldragen technologie met grote nadelen voor de gezondheid van mens en dier en niet te vergeten voor het streven naar een duurzame(re) landbouw zoals ook staatssecretaris Bleker die zegt voor te staan. Een enkele blik op de ontwikkelingen in Noord- en Zuid-Amerika, India of China zou misschien al voldoende kunnen zijn om hem te overtuigen van de serieuze bedreiging die ggg’s en monoculturen vormen voor een duurzame voedselvoorziening in de wereld. Volgens onze laatste informatie is hij echter nog niet bij de opticien gesignaleerd. Treurig is vooral, dat tekortkomingen van de gemodificeerde gewassen pas in de praktijk in hun volle omvang zichtbaar worden omdat multinationals de resultaten van hun streng gecontroleerde productieproeven presenteren alsof die onder gangbare veldomstandigheden hebben plaatsgevonden, met weglating van negatieve uitkomsten.
Kennelijk moet het kalf eerst wereldwijd verdrinken voordat de put wordt gedempt. Waarom dit soort gewassen ondanks de slechte ervaringen in Amerika en Azië toch geïntroduceerd moet worden
in Europa is de werkgroep een groot raadsel. We moeten dat misschien toch nog eens aan EC-voorzitter Barroso vragen; dan kan hij misschien ook nog eens vertellen waarom die paar multinationals hun genetisch gemodificeerde plantjes in Europa mogen patenteren, terwijl die dure patenten contra-productief werken op verder wetenschappelijk onderzoek, geen enkel maatschappelijk nut dienen en toch door boer en consument moeten worden betaald.
Volgt u het nog?
Voor onderzoek naar de greep die het bedrijfsleven ondertussen heeft op het wetenschappelijk onderzoek hoeven onze bewindslieden Nederland niet uit (suggestie: begin eens in Delft, bij het PRRI, een clubje dat zich heeft vermomd als wetenschappelijk instituut). Maar voor de gezondheidseffecten zou het toch verstandig zijn eens goed in Amerika rond te kijken, waar gg-voedsel niet behoeft te worden geëtiketteerd en de supermarkten er vol mee liggen. Zonder die etikettering is het een enorme opgave om verbanden te leggen tussen recent opgedoken ziektes en de consumptie van gg-voedsel, maar dat ze zullen worden vastgesteld is alleen een kwestie van tijd.
Klikt u voor de tekst van het Burgerinitiatief op het maiskolfje.

Wat is het doel van genetische modificatie in de landbouw?
Het belangrijkste doel voor wetenschappers is tijdwinst, en voor commerciële bedrijven geldwinst, bij het ontwikkelen van gewassen die een zeer specifieke extra eigenschap bezitten ten opzichte van de plant waaruit zij voortkomen. Veel gentechwetenschappers beschouwen genetische modificatie als een aantrekkelijke methodiek die het mogelijk maakt sneller dan bij traditionele kruisingsmethoden het geval is, aan een gewas een nieuwe eigenschap mee te geven zonder dat de andere (gewenste) eigenschappen van de ouders weer verloren dreigen te gaan. Als bijkomend voordeel van de techniek wordt gepresenteerd dat ook allerlei soortvreemde eigenschappen kunnen worden ingebouwd die voorheen (met gewone kruisingen) buiten de mogelijkheden vielen. Helaas pakt genetische modificatie in de praktijk nog wel eens wat minder gunstig uit dan door veel gentechnologen wordt voorgesteld. Dat geldt zowel voor de geclaimde tijdwinst als voor het gewenste resultaat. We zullen daar op deze website uitgebreid op ingaan. Veel van de nadelen van een genetische modificatie zijn terug te voeren op destructieve modificatietechnieken die verre van perfect zijn, maar toch worden gebruikt vanwege de enorme haast die de gentech-multinationals hebben om de wereldvoedselmarkt te veroveren. Een vergelijking met de nog wel eens prematuur geïntroduceerde besturingssystemen van Microsoft ligt voor de hand, of met een medicijn dat zonder voldoende adequate research in de markt wordt gezet door een wat ongeduldig uitgevallen farmaceutische multinational.
De bij genetische modificatie gehanteerde technieken dateren uit de jaren 80 of eerder en zijn niet uitontwikkeld. Desondanks wordt er nauwelijks nog gepoogd veiliger vormen van genetische modificatie te vinden.

Wat gebeurt er bij genetische modificatie?
Er zijn grofweg drie vormen van genetische modificatie mogelijk: bij de eerste worden voorgeprepareerde stukjes DNA vastgehecht aan gouddeeltjes die de kern van een individuele cel worden ingeschoten. De tweede methode maakt gebruik van een virus om DNA door de wand van de ontvangende cel heen te loodsen of binnen te brengen via gaatjes die eerst met electrische stroomstoten zijn ingebrand. Een derde techniek maakt gebruik van een bacterie om het nieuwe stukje DNA naar binnen te brengen. Geen van deze technieken geeft controle over de plaats waar het nieuwe stukje DNA in de kralenketting van het ontvangende DNA terechtkomt, of over het aantal stukjes dat in dezelfde cel terechtkomt. Daardoor zijn de resulterende eigenschappen ook nooit hetzelfde. Een groot probleem is dat slechts weinig cellen het modificatieproces overleven. Het aantal cellen dat ook nog de nieuwe eigenschap bezit is zelfs nog veel kleiner. Het vinden van een dergelijke cel is dus zeer tijdrovend en kostbaar. Het allerbelangrijkste is wel dat er op deze manier in een cel veel meer overhoop wordt gehaald dan multinationals ooit zullen toegeven. Hierdoor bevat een genetisch gemodificeerd organisme ook veel meer wijzigingen dan waarmee trots wordt geadverteerd. Het is tekenend dat experts als Dr. Arpad Pusztai en Dr. Mae-Wan Ho daar zo nadrukkelijk op wijzen. De kern van hun betoog is dat DNA geen LEGO-bouwsel is waar je even een stukje tussenuit kunt halen of bijzetten zonder de rest van het bouwwerk te beïnvloeden: wanneer DNA op 1 bepaalde plaats wordt gewijzigd, ontstaan er domino-effecten op andere plaatsen. Vergelijk het met een vijver waar je een steen in gooit: de golven merk je overal elders.

Wat is het verschil met gewone gewassen?
Het belangrijkste verschil is dat gemodificeerde planten verborgen gebreken hebben opgelopen als gevolg van DNA-beschadigingen tijdens de modificatie. In veel gevallen treden die mankementen pas na enkele jaren gebruik aan het licht, omdat multinationals daarover nooit mededelingen doen.
Het is een punt van grote zorg dat men in overheids- en wetenschapskringen zo belust is op het toepassen van gentechnologie, dat men de potentiële afwijkingen die ggg’s kunnen vertonen niet wil onderzoeken, evenmin als de negatieve gevolgen voor het milieu. Aan dergelijk onderzoek wordt dus geen geld uitgegeven, gewoon omdat dit onderzoeksveld totaal niet interessant wordt gevonden in Den Haag of Brussel. Men vaart liever blind op de aanbevelingen van de EFSA, die zelf ook geen onafhankelijk onderzoek doet en zijn wijsheid uit bedrijfsrapporten opvist. In dit verband is de reactie die Staatssecretaris Atsma nu aan B&W van Nijmegen over het Burgerinitiatief heeft geschreven, wel zeer illustratief. Geen enkele behoefte aan introspectie binnen de muren van het Binnenhof!

Het DNA van gewone, niet-gemodificeerde gewassen is een medium dat zelf (maar wel met enige vertraging) kan reageren op stimuli van buitenaf, bv. op gifstoffen. Door andere stukken op het DNA (genen) werkzaam te maken, kan de plant andere codes aflezen en dus andere eiwitten aanmaken. Daarmee kan hij zich beter verweren tegen de nieuwe gifstoffen. Dit is een ontwikkelingsproces dat tijd in beslag neemt. Voor de aanwezige onkruiden geldt dit echter ook! Gevolg: onkruiden die steeds maar weer worden blootgesteld aan gifstoffen zoals bijvoorbeeld Roundup, ontwikkelen resistentie. Hoe dat proces nu precies verloopt op DNA-niveau, is nog steeds onduidelijk.
Dr. Mae-Wan Ho noemt DNA ook wel ‘the fluid genome’ : het heeft een bepaalde mate van ‘vloeibaarheid’ en ‘geeft mee’ bij een verandering van omstandigheden. Het is zelfs mogelijk dat daardoor de volgorde van de aminozuren in het DNA wordt gewijzigd.
Daarentegen is bij genetisch gemodificeerde gewassen het vermogen tot aanpassing aan het milieu nog een onbekende factor, simpelweg omdat daar nauwelijks onderzoek naar is gedaan (of omdat de resultaten gewoon niet openbaar worden gemaakt). Vlak na een modificatie zou je het DNA van een celkern wel kunnen vergelijken met een meld- en regelkamer waar een bom is afgegaan, of met een dier dat een schot hagel heeft opgelopen. De kans dat in zo’n kreupele cel de processen nog soepel blijven verlopen is heel erg klein. De kans om zo’n cel te vinden dus ook. Vandaar dat het proces van genetische modificatie zo kostbaar is. Het is ook wel paradoxaal te noemen dat je het DNA van een cel (het genoom) voor een genetische verandering eerst in stukken gaat breken, om vervolgens te gaan hopen dat het genoom na het opnemen van een nieuw stukje DNA zonder mankeren verder weer zijn oude vorm aanneemt! Kort gezegd wordt dus de uitzondering tot norm verheven. Bij een dergelijk rigoreuze methode hoeft men niet vreemd op te kijken dat gewassen na een genetische modificatie nogal eens onverwachte eigenschappen blijken te vertonen. Vergeleken met hun ongewijzigde soortgenoten zijn het dus eigenlijk ongeleide projectielen waarvan het gedrag in het milieu nog heel slecht voorspeld kan worden.

Wat is de toegevoegde waarde van genetisch gemodificeerde gewassen?
Per saldo is er geen toegevoegde waarde maar een verlies, omdat de ontvangende cel bij het modificatieproces verborgen gebreken, verminderde weerstand en verhoogde gevoeligheid voor allerlei schimmel- en gebreksziekten oploopt. Die zetten zich voort in de nakomelingen van de cel. Wanneer het toegevoegde gen een herbicide-resistentie verleent aan het gewas, stimuleert dit bovendien steeds hogere herbicide-giften, omdat het aanwezige onkruid resistent wordt en zich steeds moeilijker laat uitroeien. De gevolgen voor het milieu, mens en dier zijn navenant.
Bij Bt-gewassen is de milieuverontreiniging zo mogelijk nog groter, omdat het Bt-toxine in elke willekeurige cel wordt geproduceerd en dus in een continue stroom ons milieu binnendringt en vernietiging van bodemleven en -met een variabele vertraging- verontreiniging van het grondwater veroorzaakt. Bij Bt-gewassen zijn het de insecten die resistentie ontwikkelen tegen het Bt-toxine, met als gevolg dat in tweede instantie toch weer naar de gifspuit moet worden gegrepen om andere middelen in te zetten. Dit alles terwijl de ontwikkelingskosten van ggg’s heel hoog liggen. De balans van dit verhaal is dus dat genetische modificatie van gewassen alleen maar problemen creëert en niets oplost.

Hoe lang het gaat duren voordat een plantensoort die genetisch is veranderd een nieuw evenwicht vindt in de natuur weet nog geen mens, zeker nu de genetische modificaties die in het milieu worden gebracht elkaar in hoog tempo gaan opvolgen. De snelheid waarmee gemodificeerd DNA zich verspreidt verschilt ook nog eens per soort. Een aardappelsoort kun je niet vergelijken met koolzaad. Hoe beïnvloeden ze de verwante soorten in de omgeving? En hoe ver reikt hun invloed? Kunnen er ook effecten optreden in minder verwante soorten? Sterft zo’n genetisch gemodificeerd gewas weer snel uit? Of krijgt het binnen de kortste keren de overhand? Als je naar Canada kijkt -dat staat nu helemaal vol met genetisch gemodificeerd koolzaad- geldt voor koolzaad zeker het laatste. Niemand kent de bijzonderheden van het mechanisme precies, het is afwachten, maar de Europese Commissie vindt het geen probleem om dit soort gewassen toch alvast in een flink tempo toe te laten in Europa. Dit betekent dat de EC geen voorzichtigheid wil betrachten bij het op gang brengen van ontwikkelingen waarvan de uitkomst bij lange na niet kan worden ingeschat. Conclusie is dus dat de EC zich niets gelegen laat liggen aan het in acht nemen van het voorzorgsprincipe (populair gezegd: ‘bij twijfel NIET inhalen’ geldt niet in Brussel).

Hoe pakken multinationals de introductie van hun ggg’s aan?
De multinationals zijn zeer actief op regeringsniveau om hun producten voor het voetlicht te brengen. In de VS alleen al besteedt Monsanto meerdere miljoenen dollars op jaarbasis om de neuzen in Washington de goede kant op te laten wijzen. Echter ook op de werkvloer wordt hard gewerkt om de genetisch gemodificeerde gewassen zo snel mogelijk ingevoerd te krijgen. Multinationals zijn daar bezig om zoveel mogelijk traditionele zaden de markt uit te drukken en dat lukt in Amerika al heel aardig. Dit gebeurt op 3 manieren:

  1. Traditionele zaden worden gepatenteerd (dat mag tegenwoordig) en vervolgens uit de verkoop gehaald. Boeren mogen deze zaden ook niet meer zelf vermeerderen en de wetenschap kan geen onafhankelijk onderzoek meer verrichten zonder toestemming van de patenthouder, die dus .
  2. De multinationals kopen alle kleinere bedrijven op die zaden produceren en draaien de productlijnen die niet in hun straatje passen de nek om. Voorbeeld: biologische zaden van De Ruiter Seeds, Enkhuizen
  3. De multinationals kopen alle nationale genenbanken op waar zaden oorspronkelijk waren samengebracht met het doel ons werelderfgoed veilig te stellen. Het doel van de multinationals ligt op een wat ander vlak: a) het efficiënter patenteren van de aanwezige zaden en b) zeer belangrijk: als de hele aardbol is gecontamineerd met genetisch gemodificeerde planten kunnen zij door blijven experimenteren met het dan zeer kostbaar geworden uitgangsmateriaal, waar ook verder niemand meer bij kan. Hetzelfde geldt bij voedselrampen die ontstaan als enorme monoculturen worden aangetast door een ziekte die niet te bestrijden valt (eerste voorbeeld: aardappelen, Ierland, 1845. Een tweede voorbeeld: meeldauw in mais, VS, 1970)

Het resultaat van dit alles is dat enkele multinationals de hele wereldvoedselmarkt onder controle zullen hebben, en elke willekeurige consument alleen nog datgene kan eten wat de multinational hem voorschrijft, met de kwaliteit die de multinational goed genoeg vindt, in de hoeveelheid die de multinational goed acht en met het prijskaartje dat de multinational daarvoor in gedachten had. Nationale overheden komen in dit plaatje niet meer voor.

Tuinderij gentechvrij

Geholpen door Esther Ouwehand, 2e Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, verklaarde Boer Koekoek zijn land op 21 mei gentechvrij, ter ondersteuning van het burgerinitiatief ‘Nijmegen gentechvrij’, dat op 6 april werd ingediend bij de Gemeente Nijmegen. Voor meer beelden klikt u op de foto

Ondanks eindeloos herhaalde beloftes zijn er vanaf de 80-er jaren eigenlijk maar 2 typen gewassen ontwikkeld: wat ze gemeen hebben is dat met deze gewastypen veel meer bestrijdingsmiddelen in het milieu worden gebracht dan ooit tevoren. Welke bedrijven er beter worden van de verkoop van die bestrijdingsmiddelen valt misschien wel te raden, en waar al de resten van die middelen terechtkomen misschien ook wel.
Dat technologie op een dergelijke manier gebruikt zeker geen goede basis vormt voor het produceren van volwaardig voedsel waar de wereldbevolking wat aan heeft, wordt op deze website uitgebreid besproken.

Problemen bij genetische modificatie van gewassen:RTRS
Door het aanbrengen van veranderingen in hun DNA veranderen de erfelijke eigenschappen van ggg’s. Probleem daarbij is dat door de weinig trefzekere technieken die bij het knippen en plakken van DNA gebruikt worden, veel ongewenste
DNA-combinaties gevormd worden die vreemde eiwitten, onbedoelde eigenschappen en dus ook onbedoelde gevolgen opleveren. Voorbeelden daarvan zijn de verteringsproblemen (nieren en lever!) en de aantasting van het voortplantings- en immuunsysteem, waarmee de proefdieren te maken krijgen die op een dieet van genetisch gemanipuleerd voedsel worden gezet. Het is nu misschien ook duidelijk waarom de Amerikaanse gentech-industrie zich in allerlei bochten heeft gewrongen om te voorkomen dat genetisch gemodificeerd voedsel in de VS geëtiketteerd moest gaan worden. En met succes! De Amerikaanse bevolking wordt nu onwetend gehouden en in zijn geheel als proefkonijn gebruikt om te zien wat de lange-termijn effecten van de consumptie van gentech-voedsel zullen zijn. Een Canadees onderzoeksresultaat (uit Quebec) dat al kan worden gemeld is de aanwezigheid van Bt-toxinen, aangetoond in het menselijk bloed. Er was daar echter geen direct verband vast te stellen met het dieet van de proefpersonen. Dat kan 3 oorzaken hebben:

  1. schadelijke stoffen afkomstig van ggg’s worden niet alleen via het voedsel opgenomen;
  2. er is een reservoir in het menselijk lichaam dat opgeslagen gifstoffen later weer in de bloedbaan kan brengen
  3. het Bt-gen heeft zich eerder al in het DNA van onze darmbacteriën genesteld (horizontale transfer heet dat), waarna onze darmbacteriën op eigen houtje Bt-toxinen gaan produceren. Een gezellige gedachte!

Wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor de menselijke gezondheid is de volgende vraag die nu moet worden beantwoord, ook al is er al veel bekend over de schadelijke invloed van bestrijdingsmiddelen op de mens.

Problemen die er al waren met de industriële landbouw:
Als we alleen nog maar fast food kopen en bewerkt voedsel uit de gewone supermarkt, maken we onszelf daarmee volledig afhankelijk van industriële landbouwproducten. De kwaliteit van dit type voedsel wordt vrijwel altijd verminderd door alle verwerkingsprocessen en toevoegingen tijdens de bewerking, EN door de richting die de reguliere veredeling met onze voedselgewassen is ingeslagen: alles draait om groeisnelheid, maximale productie en houdbaarheid: dwz. de economisch belangrijke factoren.
Daarentegen heeft de verteerbaarheid (en dus de voedingswaarde voor de mens) als doelstelling bij die veredeling nauwelijks een rol gespeeld in de afgelopen decennia (hoogstens de smaak, en dat pas nadat de consument begon te morren). Een direct gevolg is dat het verteringssysteem van de moderne Westerse mens die zo’n ‘industrieel’ dieet tot zich neemt een forse dosis rommel krijgt te verwerken. Eigenlijk zouden de erfelijke eigenschappen van de mens in dezelfde mate aangepast moeten worden als zijn voedselgewassen, om nog met het industriële voedsel uit de voeten te kunnen. En dan praten we nog niet eens over genetisch gemodificeerde gewassen!
De obesitas (zwaarlijvigheid) die nu om zich heen grijpt is dus niet alleen een kwestie van te veel, maar ook van onvolwaardig voedsel, dat niet meer alle componenten bevat die nodig zijn voor een adequate vertering en gebruik van de verteringsproducten in ons lichaam. Als we dan tenslotte ook nog vergeten ons voedsel behoorlijk te kauwen, vermindert de verteringsefficiency nog verder en kunnen we rustig spreken van een stille ramp voor de volksgezondheid. Het menselijk lichaam wordt zo opgezadeld met ballast, die ons spijsverteringskanaal wel vervuilt en de opname van voedingselementen frustreert, maar ons lichaam niet op een behoorlijke wijze kan verlaten. Gevolg? Opgeblazen mensen met een afvalprobleem en gebreksziekten tegelijkertijd. Het gezegde ‘Beter MEE verlegen dan OM verlegen’ geldt in deze situatie helaas niet.

VeulenHet belang van deze inzichten (niet meer van hetzelfde, maar minder van iets beters) voor een noodzakelijke koerswijziging in Westerse gezondheidszorg, landbouwmethoden en een gezamenlijk Europees landbouwbeleid lijkt maar zeer moeizaam door te dringen bij Europese en een aantal nationale overheden. Er lijken op die niveaus ook weinig aanstalten te worden gemaakt om nu eindelijk eens de relatie te gaan vaststellen tussen de consumptie van gg-voedsel en allerlei moderne ziektebeelden, voordat er in Europa op grote schaal ggg’s worden toegelaten.

Van de Europese consument, die de bovenbeschreven bezwaren intuïtief lijkt aan te voelen, is meer dan 60% tegen introductie van ggg’s. De EC heeft daar echter geen respect voor. In plaats daarvan laat de Commissie haar oren hangen naar de WTO (Wereldhandels-organisatie), waar op dit moment grote druk wordt uitgeoefend op de landen van de EU om hun verzet tegen ggg’s nu maar eens te staken, onder het motto: “jullie hebben getekend”.

Over de verspreidingsdynamiek van ggg’s is nog niet veel wetenschappelijke informatie beschikbaar. Recentelijk is wel aangetoond door Dr. Chapela dat mais-stuifmeel op 1000 mijl afstand zijn werk heeft gedaan! Dat is een allesbehalve prettig vooruitzicht voor de biologische en reguliere landbouw.
Hetzelfde geldt voor epidemiologisch onderzoek naar de gezondheidsrisico’s voor de mens: onderzoek
van onafhankelijke signatuur is maar mondjesmaat beschikbaar. Recente uitzondering: Canadees onderzoek.
De resultaten van proeven met zoogdieren voorspellen echter niet veel goeds voor de effecten op de mens. Ook recent nog heeft Prof. Séralini uit Caen daarover weer een boekje open gedaan.

De Europese Commissie voert dus een zeer lichtvaardig toelatingsbeleid, waarin de toepassing van het voorzorgsprincipe de stille afwezige is.
Door nu ggg’s toe te laten in Europa zadelen we niet alleen onszelf, maar vooral onze kinderen op met een zeer ongewisse toekomst voor ons voedsel, en dreigen de uiteindelijke maatschappelijke kosten van gentechnologie uit de bocht te vliegen.
Door nu ggg’s toe te staan werkt de EC mee aan het voedselrampscenario dat zich in andere delen van de wereld al aan het ontvouwen is. In de toekomst zullen onze kinderen geen keuzevrijheid meer hebben als we de route blijven volgen zoals die nu door Monsanto voor ons is uitgestippeld. Wat wij nu willen is dat de gemeente Nijmegen die gevaren onderkent en uit naam van 4000 van haar burgers stelling neemt tegen het gebruik van (en het patentrecht op) genetisch gemodificeerde zaden en voedingsmiddelen die niet eerst behoorlijk zijn onderzocht op verspreidingsrisico’s van de gewassen, en op de gezondheidsrisico’s van het voedsel voor de mens. Ons initiatief vraagt de gemeenteraad zich daarover uit te spreken in een brief, bedoeld als een signaal naar de regering in Den Haag.
Door de gentechvrij-verklaring van Nijmegen ontvangt onze regering een krachtige boodschap van een groene stad, om zich niet jaar in jaar uit voor het karretje van de gentech-lobby te laten spannen en iets te gaan doen tegen multinationals die steeds meer macht over ons voedsel naar zich toe trekken.
Wij vragen Den Haag eens om zich heen te kijken en er zich rekenschap van te geven dat er nog meer belangengroepen zijn dan alleen een handjevol multinationals die tijdens “seminars” gouden bergen beloven zonder veel waar te maken, terwijl ze tegelijkertijd wel de reguliere en biologische landbouw buiten spel proberen te zetten. De Europese consumenten willen in meerderheid (61%) GEEN gentechvoedsel en verwachten van hun overheden dat die de -vanzelfsprekende- verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteitsbewaking van ons voedsel op hoofdlijnen. Dat laatste betekent niet dat de consument geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor zijn eigen welzijn, maar het houdt OP ZIJN MINST in dat de consument de mogelijkheid krijgt (en vooral ook: behoudt) te kunnen kiezen voor voedingsmiddelen waarvan de kwaliteit boven alle twijfel is verheven. Wij willen daarom ook etikettering van vlees en andere afgeleide gentechproducten, zoals zuivel, eieren en broodverbeteringsmiddelen + fermenten.

Een belangrijk onderliggend probleem is, dat producenten van ggg-zaden zoals Monsanto, Syngenta, BASF, Bayer en Pioneer Hi Bred/DuPont niet zijn geïnteresseerd in de gevolgen voor de menselijke gezondheid of de consequenties voor de voedselsoevereiniteit van de wereldbevolking. Ook de belangen van de

Kasje

boerenbevolking interesseren hun geen snars. Het enige dat telt is de winstgevendheid van ggg’s. In de handen van deze bedrijven worden gewassen die in tienduizenden jaren zijn geëvolueerd tot wat ze nu zijn, in enkele decennia onttrokken aan de wetten van de erfelijkheidsleer en vertimmerd tot industriële objecten die geld moeten opleveren, veel geld, en liever vandaag dan morgen. Hoezo, honger in de wereld oplossen? Bij Monsanto c.s. wordt daar de geldhonger van de heren zelf mee bedoeld.

In Europa komt daar dan nog eens bij dat Europese en sommige nationale overheden (Nederland incluis) geen moeite doen om de gevolgen voor de consument in kaart te brengen en geen tegenspel van betekenis meer leveren om de gemeenschap die zij vertegenwoordigen te beschermen tegen de voorbarige introductie van ggg’s. De VS, Canada en andere ggg-producenten zeuren daar al jaren om in het kader van de Wereldhandelsorganisatie WTO, maar verzuimen om in onafhankelijk onderzoek aan te tonen dat de consument (of de wereldvoedselsituatie) geen risico’s loopt met ggg’s. Ook Nederland heeft zich de afgelopen jaren in de persoon van LNV-minister Verburg sterk gemaakt voor het toelaten van ggg’s. Zij heeft tegenstanders die met simpele feiten kwamen consequent weggezet als emotionele zwartkijkers, terwijl ze haar eigen wishful thinking als harde feiten presenteerde. Haar houding getuigde van een ontstellend gebrek aan visie op de relatie tussen een goede gezondheid, goed voedsel en wat daar qua landbouw voor nodig is. Ze heeft de EFSA, de Europese autoriteit voor voedselveiligheid, consequent de hand boven het hoofd gehouden terwijl dit instituut al jaren een ongegeneerd pro-gentech beleid voert dat gebaseerd is op gekleurde rapportages van de gentech-industrie.

Amazonebrand

…waarvoor in de Amazone miljoenen hectares worden platgebrand

Waar staan we nu in Europa:

Op dit moment is er 1 maissoort (MON810) en 1 aardappelsoort (Amflora, recent) goedgekeurd voor teelt in Europa. Het aantal ggg’s dat als voedsel (importen) is toegelaten is al veel groter. De veevoederbedrijfstak maakt daar driftig gebruik van en doet in het kader van de RTRS leuk mee om het predicaat ‘Responsible’ op gg-veevoer te plakken. Dit terwijl daarvoor in de Amazone wel enorme oppervlakken oerwoudbos in brand worden gestoken en de plaatselijke bevolking wordt weggepest. De laatste ontwikkelingen in Europa zijn, dat EC-voorzitter Barroso en Eurocommissaris Dalli zich actief inzetten om een waslijst van nieuwe ggg’s zo snel mogelijk toegelaten te krijgen in Europa. Het loslaten van de 0-tolerantie voor ggg’s die nog in de toelatingsfase zitten past geheel in dit beeld.

Waarom het toelaten van in Europa geteelde gg-gewassen een zeer slecht idee is, kan men al zien in Spanje, het enige land in Europa dat een substantiële hoeveelheid MON810-mais verbouwt. Een belangrijke conclusie die men daar kan trekken, is dat gg-stuifmeel overal doordringt en dat co-existentie van gg-gewassen met reguliere en biologische teelten een wassen neus is. En als het in het wijdse Spanje al niet lukt om de teelten uit elkaar te houden, hoe zou dat dan gaan aflopen in ons popperige Nederlandje? Men kan ook naar de treurige landbouwkundige ontwikkelingen in de VS en Canada kijken, of naar Zuid-Amerikaanse landen, waar steeds meer oerwoudbos wordt gekapt en inheemse boeren worden bespoten met enorme hoeveelheden herbicide ter wille van het gg-veevoer verbouwd voor onze West-Europese markt. Kijk bv. naar Paraguay, naar de miserabele omstandigheden waaronder mensen moeten leven die in de buurt van dergelijke landerijen wonen waar op steeds groter schaal met onkruidbestrijdingsmiddelen wordt gespoten die door de multinationals voor ‘hun’ gg-gewassen worden voorgeschreven. Ook naar India en China kan men kijken, om te zien wat er gebeurt als insecten en onkruiden resistent worden tegen pesticiden, die men in steeds grotere hoeveelheden gebruikt in combinatie met gg-gewassen. En dit terwijl er beloofd was dat de teelt van gg-gewassen het pesticidengebruik zou gaan reduceren!
  • als men in Europa ggg’s binnenhaalt, stelt men een select clubje multinationals in staat astronomische winsten te maken met patenten op levende organismen. Dat men levende organismen in zijn geheel zou mogen patenteren op grond van het sleutelen aan een klein stukje DNA is een gedachtenkronkel die Europa kritiekloos heeft overgenomen van Amerika, zonder dat de consument of de boer daar een haar beter van wordt. Het zou interessant zijn om te onderzoeken onder welke omstandigheden het Europarlement tot het inzicht is gekomen dat patenten op levende organismen in Europa toelaatbaar/legitiem zijn.
  • met name in de VS en Canada worden ggg’s (in de vorm van zetmeel, suikerstroop, plantaardige oliën) door de voedingsmiddelenindustrie zonder etiket in allerlei voedselproducten en niet te vergeten frisdranken verwerkt, terwijl we nauwelijks iets weten over de gezondheidsrisico’s die we lopen als we genetisch gemodificeerd voedsel eten. Maar ook insuline en andere preparaten worden op grote schaal geproduceerd m.b.v. genetisch gemodificeerde organismen, zonder dat ruchtbaarheid wordt gegeven aan de nadelen van de gg-varianten.
  • in Nederland vormen geïmporteerde ggg’s al voor meer dan 90% het voedsel van onze veestapel en komen zo -zonder etiket- via de achterdeur onze supermarkt binnen. Daar is ondertussen 95,7% van de melk, 98,4% van de kaas en 97,8% van het vlees afkomstig van vee dat met gentechvoedsel is grootgebracht (cijfers van minister Verburg, in antwoord op Kamervragen). Alleen als u biologische vlees- of zuivelproducten eet vermijdt u dat u gentech-eiwitten binnenkrijgt.
  • het verbouwen van herbicide-resistente ggg’sin Europa is geen goed idee, omdat in de VS blijkt dat er elk jaar meer (en ook andere) herbiciden nodig zijn tegen het onkruid dat op zijn beurt ook resistentie ontwikkelt (en dan spontaan), terwijl de betrokken herbiciden tegelijkertijd zo slecht afbreekbaar zijn dat ze alle kans krijgen om ook in steeds grotere hoeveelhedenin ons grondwater en ons voedsel terecht komen. Daarnaast veroorzaken deze middelen een ernstige verarming van het bodemleven (bodemdegradatie) en fixatie van broodnodige voedingselementen die allerlei nodeloze gebreksziekten veroorzaakt ;
  • het verbouwen van ggg’s die Bt-toxines produceren is al niet veel beter, omdat ook dan het bodemleven (bacteriën, algen, enzymen enz.) gestadig achteruit holt in elk volgend jaar dat het Bt-gif door de wortels van Bt-gewassen in een continue stroom aan de bodem en naburige waterlopen wordt afgegeven. Bovendien zijn Bt-toxines alleen bedoeld voor enkele schadelijke insecten en niet voor mensen, bijen, bodemorganismen, vlinders of andere dieren die we hier niet allemaal op gaan noemen.
  • ggg’s verspreiden zich spontaan in ons milieu (een autofabrikant die fouten in het fabricageproces constateert kan zijn auto’s nog terugroepen, maar dat gaat met foute gg-gewassen niet lukken, want die planten zich gewoon voort en verschillen in uiterlijk niet van conventionele gewassen)