Een merkwaardig aspect van de wetenschap zoals die door multinationals wordt beoefend, is dat de wetenschappers die bij de multinationals op de loonlijst staan (90%), eigenlijk alleen maar positieve berichten de wereld insturen. Dit terwijl de overige gentech-wetenschappers (10%) zeer kritisch zijn. Vanwaar deze verschillen?

Vroeger werd objectieve informatie over nieuwe technologieën vanuit de openbare instituten (bekostigd door de overheid) ter beschikking gesteld aan alle partijen die dat nodig hadden . Nu ontvangen de onderzoeksinstituten nauwelijks nog vrij besteedbaar onderzoeksbudget van de overheid en voeren daarom overwegend contractonderzoek uit voor bedrijven.  De meeste wetenschappers staan dus direct of indirect op de loonlijst van commerciële bedrijven. De wetenschappers die nog kritische geluiden durven te laten horen (een kleine minderheid, een makkelijke prooi), worden door de biotechnologie-bedrijven gekleineerd, de mond gesnoerd of anderszins gedwarsboomd. Het gehanteerde argument daarbij is onveranderlijk het intellectuele eigendom, maar de werkelijke reden is dat Monsanto c.s. alle verwijzingen naar negatieve onderzoeksresultaten proberen weg te moffelen. Deborah Koons Garcia, de maker van de film The Future of Food, noemt de voorbeelden van Dr. Arpad Pusztai, Schotland, en Dr. Ignacio Chapela, Verenigde Staten.

Dr. Pusztai werd door 2 telefoontjes van 10 Downing Street op non-actief gesteld en ontslagen 2 dagen nadat hij had uitgevonden dat genetisch gemodificeerde aardappelen nogal ongezond bleken te zijn voor muizen.
Dr. Chapela kreeg een email-lastercampagne (geïnitieerd door een PR-bureau van Monsanto) over zich heen, nadat hij in het tijdschrift Nature een artikel had gepubliceerd dat aantoonde dat gg-mais was aangetroffen in een bakermat van lokale maisvariëteiten, in Oaxaca, Mexico. Dat dit laatste kon gebeuren had direct te maken met het penetreren van goedkope (want gesubsidieerde) gg-mais vanuit de VS. Het desastreuze gevolg hiervan zou kunnen zijn dat een uiterst belangrijk reservoir van lokale rassen in Mexico simpelweg wordt geëlimineerd en onttrokken aan de broodnodige biodiversiteit in de wereld. Zoals Dr. Chapela terecht opmerkt wordt er vrijwel geen onderzoek uitgevoerd naar de mate waarin lokale genenreservoirs onder druk staan van contaminatie door gg-rassen. Hij vraagt ons: “Kan het iemand iets schelen hoe snel onze biodiversiteit wordt geëlimineerd?”.  Zoveel is duidelijk: de multinationals zijn niet te beroerd om dat proces een handje te helpen.

De genetische manipulatie van een gewas wordt door de gentech-lobby altijd als een maatschappelijke stap vooruit voorgesteld. Als er al een voordeel is, is dat voordeel echter maar van korte duur en valt in het niet bij de lange termijneffecten. Het heeft ook niets te maken met wensen van de consument, of een ecologisch belang. Daar tegenover staan dan wel de multinationals, die jaar in jaar uit hun winsten opstrijken. Kortom de verhouding tussen maatschappelijke baten en kosten is totaal zoek.