Tot ons diepe leedwezen zijn 30 oktober jl. door Europa 3 gg-gewassen goedgekeurd voor menselijke en dierlijke consumptie. Twee ervan zijn van gg-maisvariëteiten van Monsanto (MON88017 en MON89034) en van Pioneer het gg-maisras 59122 x NK603. Op 30 november was het weer raak, nu voor de MIR604, een Bt-maisvariëteit van Syngenta, resistent gemaakt tegen de maiswortelkever. De hamvraag die wij daarbij stellen is: welke garanties zijn er eigenlijk dat de gg-gewassen die nu in Nederland verschijnen klaar zijn om uit de laboratoria in ons milieu gebracht te worden en gebruikt te worden als voedsel? Hoeveel contra-expertise (wij bedoelen hier onafhankelijk tegen-onderzoek, voor de slechte verstaanders) is er nu, zeg vanaf het jaar 2000 beschikbaar gekomen waaruit zonneklaar blijkt dat wij geen risico’s lopen met onze gezondheid? Zouden we in Nederland langzamerhand niet eens wat meer gemeenschapsgeld aan VERIFICATIE uitgeven, in plaats van alleen aan INTRODUCTIE van risico-gewassen?

Dr Arpad Pusztai is een wetenschapper die zelfs na zijn pensionering nog werd uitgenodigd om onderzoek te doen aan het Rowett Institute in Aberdeen, Schotland. Hij vergeleek lectine in natuurlijke vorm met lectine aangemaakt door een genetisch gemodificeerde aardappel. Muizen die de genetisch gemodificeerde aardappelen aten kregen groeistoornissen en een onderdrukt immuunsysteem. Een van Pusztai’s belangrijkste conclusies was: het is niet de natuurlijke lectine die schade oplevert, maar de lectine die door de genetisch gemodificeerde aardappelen wordt aangemaakt. Daarmee wordt in de eerste plaats de techniek van genetische modificatie in het beklaagdenbankje geplaatst.

Van glyfosaat is bewezen dat deze middelen al in lagere concentraties de embryonale ontwikkeling verstoren, de foetus aantasten en dus geboorteafwijkingen veroorzaken. Ook het percentage doodgeborenen stijgt significant. Vanuit Zuid-Amerika is bekend hoe Roundup in de concentraties waarin het vanuit vliegtuigen over grote landerijen gespoten wordt, vooral kinderen toetakelt met huidaandoeningen, zie www.gifsoja.nl of  zelfs ombrengt, zie Soja Paraguay. Aangezien de afbreekbaarheid ervan nogal tegenvalt (het middel blijft tot een jaar werkzaam), komt Roundup dat op voedselgewassen wordt gespoten onherroepelijk ook in de voedselketen terecht.
Van Bt-mais is bekend dat de vruchtbaarheid van de veestapel  sterk vermindert als de dieren met gg-mais worden gevoed. Er is geen wetenschappelijk onderzoek bekend waarin dit aspect bij mensen nader wordt onderzocht. De werkgroep is van mening dat dit vanuit het in Europa geaccepteerde voorzorgsprincipe al lang had moeten gebeuren.