De geïndustrialiseerde landbouw in het Westen maakt vrijwel uitsluitend gebruik van monocultures. Een monoculture is een veld waar alle planten hetzelfde zijn. Het (totaal) aantal gewassoorten dat wereldwijd in monocultures wordt verbouwd is heel erg klein. Dit werkt een gigantisch verlies aan biodiversiteit in de landbouw in de hand en een sterk verhoogde gevoeligheid voor ziekten en plagen. Het verschralingsproces wordt verder versneld met de introductie van gepatenteerde gentechgewassen: daarmee stuurt een klein aantal op monopolies beluste multinationals erop aan de diversiteit in gangbare landbouwgewassen nog verder te beperken. Daarvoor in de plaats komen dan dure, gepatenteerde gg-variëteiten, die volgens de promotiefilmpjes meer opleveren, maar in de praktijk nogal tegenvallen. Het betekent dat de biodiversiteit, die zo belangrijk is om rampen in de wereldvoedselvoorziening te vermijden, willens en wetens wordt verkwanseld door een select clubje multinationals. Die worden daarbij geholpen door overheden die buiten spel worden gezet waar ze bij staan, omdat ze voortdurend lopen te slapen of gewoon een oogje dicht knijpen *) en het eigenlijk wel leuk vinden dat bv. de Europese Commissie zo lekker aan de kar trekt tegenwoordig. Als diezelfde overheden dan tot overmaat van ramp ook nog miserabel worden vertegenwoordigd in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), dan hebben de multinationals verder vrij spel en kan het grote graaien beginnen.

In een monoculture kan een ziekte kan heel gemakkelijk overspringen, omdat alle planten dezelfde gevoeligheden bezitten. Denk maar aan een kleuterklas waarvan 1 kind de mazelen heeft: voordat je het weet hebben ze het allemaal. Zo hoeft er dus in een monocultuur maar 1 plant besmet te raken om gigantische oppervlakken aan te steken. Het probleem is namelijk dat je dat zieke plantje niet even thuis kunt houden, zoals het zieke kleutertje, om te laten herstellen.
Zo gebeurde het ook in de VS, dat er een mais-ziekte (corn blight = meeldauw) opdook die zwaar huishield op miljoenen hectares mais-monoculture (in 1970). Goede raad was duur. Er moest zo snel mogelijk een maisvariëteit komen die bestand was tegen corn blight. Er werd een traditionele maissoort uit Mexico van stal gehaald om met zijn specifieke eigenschappen de monocultures in de VS te redden. Zie ook het interview met Deborah Koons Garcia, de maker van de film ‘The Future of Food’.
Dit voorval toont aan hoe belangrijk het is dat er biodiversiteit bestaat, ook binnen een soort, zoals mais. Veel van die mais-diversiteit is geconcentreerd in Mexico, een land waar (nog) heel veel landrassen van mais voorkomen. Dat zijn variëteiten die door de boeren zelf in de loop van honderden jaren lokaal zijn ontwikkeld, door steeds de beste planten uit hun oogst te gebruiken als zaaigoed voor het volgend jaar. Die landrassen zijn optimaal geschikt voor de plaats waar zij verbouwd worden, hebben vaak weinig of geen extra bemesting nodig en hebben in de regel hele duidelijke resistenties opgebouwd tegen ziekten en plagen. DUS MEXICO HEEFT HELEMAAL GEEN GENTECH-MAIS NODIG!

Toch probeert Monsanto nu al jaren die lokale landrassen in Mexico buiten spel te zetten, door in die contreien ver onder de kostprijs genetisch gemodificeerde mais te dumpen. De boeren daar kopen nietsvermoedend die goedkope mais, niet alleen om te eten (helaas), maar ook om UIT TE ZAAIEN voor het nieuwe jaar. De gg-mais verspreidt  zich dus in de regio en gaat de lokale rassen verdringen. En dat, terwijl de landrassen in alle opzichten superieur zijn aan de gg-mais die wordt geïmporteerd: MEXICO HEEFT HELEMAAL GEEN GENTECH-MAIS NODIG! Waarom wil Monsanto de lokale rassen dan verdringen? Omdat Monsanto aan lokale rassen geen stuiver kan verdienen. Ze kunnen alleen verdienen aan hun eigen gepatenteerde zaaizaad, dat elk jaar opnieuw moet worden aangeschaft.
Een andere beproefde verspreidingsmethode is gg-zaden mengen door de partijen graan die door de VS als ‘voedselhulp’ naar ontwikkelingslanden worden verscheept. Ook is het mogelijk dat gg-zaden heel openlijk worden gedumpt, door ze als gif(t) te presenteren, zoals recentelijk nog in Haïti, na de aardbeving. De rest van het verhaal is hetzelfde als hierboven: de gg-gewassen verspreiden zich, ook als gg-gewassen in het desbetreffende land bij wet verboden zijn.

En nu dan Europa
De multinationals met Monsanto voorop waar we al eerder over spraken, zijn nu bezig zich in te kopen in de commerciële zaadhandel op wereldschaal en bezitten daarvan nu al 67%. Ze zijn bezig zich een monopoliepositie te verwerven als tussenhandelaars in de aanvoerketen tussen de boeren als voedselproducenten en de consument als eindgebruiker. Hoe meer macht de multinationals zich kunnen toeëigenen in die keten, hoe meer invloed ze kunnen uitoefenen op het eindproduct: ons voedsel. Niet alleen op de kwantiteit (en dus prijs), maar ook op de kwaliteit. Traditioneel was het zo dat de boer zelf bepaalde waar hij zijn zaaizaad voor het volgend jaar vandaan haalde: hij kon een deel van zijn eigen oogst apart houden, of een gedeelte ruilen met zijn buurman, in een poging zijn lokale gewas enigszins te verbeteren. Nú is het zo dat de ‘verbetering’ en de productie van zaaizaad steeds verder door experts wordt verzorgd, en dus vercommercialiseert. Bijgevolg verschijnen er externe zaadbedrijven op het toneel. Op het moment dat al die kleinere zaadproducerende bedrijven in handen komen van slechts enkele multinationals kunnen de prijskaartjes naar believen worden aangepast. Het aantal door multinationals gepatenteerde zaden wordt nu geschreven met 5 cijfers, and counting. En voor die gepatenteerde zaden ga je flink betalen, of ze nou (al) genetisch gemodificeerd zijn of niet, en of je nou een kleine boer in een ontwikkelingsland bent, of niet. Monsanto heeft aangekondigd dat de prijs van zijn nieuwe RR Soya zaden in 1 keer met 42% verhoogd zal worden. De caroussel draait al!

Helaas voor de consument is het tegenwoordig niet meer zo dat de overheid zich als Vadertje Staat ontfermt over het welzijn van zijn burgers. De belangstelling van de overheid om zich druk te maken over woekerwinsten van multinationals, de gezondheidsaspecten van een voedseladditiefje, een E-kleurstofje of een pesticide is  tanende, zeker nu de kreet ‘substantial equivalence’  is overgewaaid uit Amerika. Dat is echt een hele uitkomst, vooral voor bedrijven die niet  weten hoe snel ze van die vermaledijde regelgeving af moeten komen. Je kunt nu gewoon appels met peren vergelijken! Je hoeft geen serieus onderzoek meer te doen naar de veiligheid van gg-gewassen en je kunt gewoon een gg-gewas naast een biologisch gewas zetten, want ze zijn toch allemaal ‘substantieel’ hetzelfde? Alleen: als er meer dan 0,9% gg in een biologisch gewas wordt aangetroffen, mag het biologisch gewas niet meer als biologisch verkocht worden! Om te raden waar dit verhaal voor de biologische bedrijfstak eindigt, hoef je geen ruimtevaartwetenschappen gestudeerd te hebben.

We naderen langzamerhand het eind van dit badinerende verhaal. Hoe waren we hier ook al weer terecht gekomen? O ja, door de monocultures. Nooit gedacht dat er een verband zou bestaan tussen monocultures en de ontwikkeling van machtswellustige multinationals. Hebben overheden (de Europese Commissie incluis) eigenlijk nog iets in de melk te brokkelen als er multinationals aan tafel zitten? Vooral als het Ronde Tafels zijn moet je op gaan passen; die zijn zó gelijkwaardig! Misschien dat de World Trade Organisation op dit punt al aardig kwalificeert, evenals de Round Table for Responsible Soya (RTRS). Het is ook geen wet van Meden en Perzen meer dat overheden het primaat hebben in internationale overlegstructuren of dat er achter een grote schatkist altijd een minister van Financiën schuilgaat. De waarschijnlijkheid wordt steeds groter dat daar net zo goed een CEO van een grote multinational kan zijn neergestreken, gesteund door het Rockefeller/De Rothschild-conglomeraat. Voor de consument is er zeer binnenkort nog maar 1 ding belangrijk: als hij zich niet bewust wordt van zijn positie en zich gaat organiseren, zal hij eindigen op de plek waar het grootkapitaal hem had gedacht: onderaan de statusladder, klaar om zijn schamele portemonnee te trekken voor de heren multinationals, die even komen kijken of er nog wat te halen valt.

*)
Denk aan Noorwegen.
Dat dit land toestaat  dat diezelfde multinationals, geholpen door Bill Gates en de Rockefeller Foundation in Spitsbergen een super-zaadbank opzetten om de gewasdiversiteit (maar dan alleen voor zichzelf) in de toekomst veilig te stellen, pleit bepaald niet voor een Noorse kritische instelling: Monsanto c.s werken daar heel openlijk en doodgemoedereerd aan hun wereldmonopolie op zaden! En Bill Gates is kennelijk ook niet helemaal wakker, anders zou hij niet toestaan dat hij zo vakkundig van zijn centjes wordt afgeholpen met een project dat allesbehalve filantropisch is. De medewerking van de Rockefeller Foundation is van een wat andere orde: die zien hun investering dubbel en dwars terugkomen in de toekomst.