De werkgroep Burgers voor gentechvrij voedsel constateert dat B&W niet zo vastgebakken zitten aan de normen die gelden binnen de democratische gemeentelijke besluitvorming in Nederland. Ruim een week voordat de Besluitronde plaatsvindt over het Burgerinitiatief ‘Nijmegen gentechvrij’  is er door de desbetreffende wethouder en portefeuillehouder al hoog en breed gereageerd in de media, alsof het een gelopen race zou betreffen. Ook de media berichtten in deze trant, en leken met deze volgorde geen enkele moeite te hebben. Een routinekwestie? Voor de werkgroep toch niet helemaal. Volgens onze informatie is het de Besluitronde waarin de Raad een definitief besluit neemt over het Burgerinitiatief, i.c. 29 juni.

Los daarvan heeft de werkgroep wel een aantal opmerkingen over het advies van B&W aan de Raad dd. 13 mei, dat pas op 21 juni aan ons werd toegezonden na een verzoek dienaangaande van onze kant, en nadat gebleken was dat het stuk niet beschikbaar was via de digitale balie van de gemeente.

De werkgroep treft in het advies van het college aan de Raad een aantal argumenten aan dat de discussie ontwijkt. Het hoofdprobleem in het advies lijkt een gebrek aan politieke wil om tot daden over te gaan. De antwoorden op de bezwaren die B&W aandraagt staan gewoon in het Burgerinitiatief vermeld. Maar het is wel de bedoeling dat ze ook gelezen worden! Wat ook opvalt is dat het college alle mogelijke moeite doet om het intentionele karakter van de gentechvrij-verklaring niet te  hoeven erkennen.

GTVbord

Gentechvrij verklaren gaat niet over het onderscheppen van elk gg-maiskorreltje dat van een vrachtwagen dreigt te vallen. Gentechvrij verklaren hoeft ook niet te worden uitgesteld totdat het eerste bedrijf ggg’s gaat verbouwen of erger nog: gg-zaden gaat verkopen, want dat zou volkomen onlogisch zijn. Gentechvrij verklaren betekent anticiperen en naar beste weten en kunnen uitdragen dat Nijmegen het verbouwen van genetisch gemodificeerde gewassen afkeurt. Dat heeft niets te maken met ge-boden en ver-boden, maar met een intentie. Dáár gaat kracht van uit en dát zal zijn effecten sorteren. Voor ons als werkgroep is de komst van het gentechvrije bedrijf Heinz naar Nijmegen geen coïncidentie, maar het gevolg van een intentie, die al aan het werk is in Nijmegen. En in hetzelfde kader kan wat ons betreft het aanbrengen van borden aan de stadsgrenzen geplaatst worden.
Het Burgerinitiatief gaat ook over het ontwikkelen van een visie op het beschermen van duurzame landbouwproductie dicht bij huis, en in zo’n benadering past geen grondstoffen verkwistende, bodem vernietigende GM-landbouw.
De bevolking signaleert terecht dat er alle aanleiding bestaat om te gaan anticiperen op een voedselcrisis waarvan de waarschijnlijkheid niet kleiner, maar groter wordt met de stijgende voedselprijzen. Die crisis zou wel eens veel eerder acuut kunnen worden dan menigeen denkt. En laten we onszelf geen rad voor ogen draaien: de multinationals zijn niet geïnteresseerd in verlaging van de voedselprijzen, dus GM-landbouw gaat ons geen oplossing van het voedselprobleem opleveren!
Het college heeft met het Burgerinitiatief het voorwerk voor een degelijk onderbouwd besluit op een presenteerblaadje aangereikt gekregen. De vrijblijvendheid waarmee B&W nu de inhoud en argumenten van het Burgerinitiatief naast zich neerleggen vinden wij uitermate zwak. B&W worden er
door 4000 van hun burgers op gewezen dat de gemeente de taak heeft de belangen van haar burgers te verdedigen, omdat het rijk en de EU dat nalaten. Vierduizend is welgeteld 40 maal het voor indienen vereiste minimum van 100 handtekeningen. Toch lijken B&W hun verantwoordelijkheid nu even te willen afkopen met alleen een brief aan Den Haag. Zijn ze bang voor een echt besluit? Hopelijk neemt de raad haar verantwoordelijkheid wél.

Nu terug naar het advies van 13 mei aan de Raad, met betrekking tot de 4 punten van het Burgerinitiatief’ Nijmegen gentechvrij’. Het college stelt in het advies:

Bij punt 1: “Het op commerciële basis verbouwen van gentechnologiegewassen vindt echter niet plaats in Nijmegen. Bovendien betreft het hier niet de bevoegdheden van de gemeente. Om die reden vinden wij het niet zinvol om Nijmegen uit te roepen tot gentechvrije gemeente.”

Dat het hier nog niet plaatsvindt, is natuurlijk geen reden om er geen uitspraak over te doen: het initiatief is nu juist bedoeld om te voorkomen dat hogere overheden overgaan tot introductie, zonder de burgerij een stem te geven en zonder het voorzorgsprincipe toe te passen. Het zit er zeker aan te komen – en dan is het beter om als gemeente zelf vast te stellen of je het wel of niet wilt. Vierduizend Nijmeegse inwoners hebben daar nu een heldere uitspraak over gedaan! En niet alleen Nijmeegse inwoners: heeft het college kennis genomen van de felle debatten die overal in Europa al 15 jaar plaatsvinden over dit onderwerp, en van het aantal Europese gemeentes en regio’s dat zichzelf al gentechvrij verklaarde? Waarom acht het college zich niet competent op dat vlak? In welke uitzonderingspositie bevindt Nijmegen zich dan precies? De Europese richtlijn 2001/18/EG laat onverlet dat in de eerste plaats de Europese en nationale overheid bevoegd zijn, maar biedt regionale en lokale overheden wel degelijk openingen om op eigen initiatief (of van hun burgers) onbedoelde verspreiding van ggo’s op hun grondgebied tegen te gaan: het gaat hier om het principe van de subsidiariteit, dat door de wetgever zonder meer wordt erkend. Overheden mogen dus een actief beschermingsbeleid voeren. Dit is waar al heel veel regionale en lokale overheden in Europa gebruik van maken. Het enige bezwaar is dat de Nederlandse nationale overheid daarin geen leidende rol wil spelen. Daardoor zijn de grenzen van die bevoegdheid enigszins vaag gebleven, wat nader juridisch onderzoek rechtvaardigt. Zie ook de conclusies 15 t/m 18 van de EU Milieu Raad 4 dec 2008.

Dit brengt ons bij punt 2: “De verantwoordelijkheid voor het treffen van eventuele (juridische) maatregelen om de introductie van genetisch gemodificeerde organismen tegen te gaan, ligt bij de rijksoverheid en Europa.

B&W herhalen hier het excuus uit punt 1, dat de gemeente niet bevoegd zou zijn. Dat is een halve waarheid. Artikel 26 bis (nieuw) van de Richtlijn 2001/18/EG biedt wel degelijk mogelijkheden voor de gemeente, evenals de conclusies 15 t/m 18 van de EU Milieu Raad, zie boven. Natuurlijk hebben de Rijksoverheid en Europa een verantwoordelijkheid om de introductie van genetisch gemodificeerde organismen tegen te gaan, want dat vloeit gewoon voort uit het in Europa algemeen geaccepteerde voorzorgsprincipe. Dat ze het desalniettemin nalaten, komt omdat ze de oren laten hangen naar de industrie. Dat is ook de reden dat 4713 andere gemeenten in Europa al actie hebben ondernomen, evenals veel andere bestuurlijke eenheden, ja zelfs hele staten. Wat hiermee heel duidelijk wordt aangetoond is, dat er een diepe kloof bestaat tussen wat er op het niveau van de burger wordt gedacht, en wat -sommige- nationale overheden en de EC denken te moeten doordrukken. En natuurlijk kan een gemeente of een provincie niet voorkomen dat op Europees niveau een genetisch gemodificeerd gewas wordt toegelaten. Maar het mag toch duidelijk zijn dat Nijmegen in goed gezelschap verkeert als het aan de bel trekt en zich gentechvrij verklaart. De werkgroep noemt hier  2 opties:

  1. de gemeente kan een standpunt innemen zelfs zonder nader onderzoek (en kosten), en dat standpunt zal zonder meer invloed hebben op de boeren, de zaadbedrijven en de regering.
  2. als de gemeente naar haar burgers wil luisteren en juridisch hardere stappen wil zetten, zal enig onderzoek zinvol zijn, maar dat hoeft niet veelomvattend te zijn en zeker niet veel te kosten. Milieu-jurist Thijs Etty van de VU in Amsterdam heeft dit soort zaken direct paraat: wellicht dat hij de Radboud Universiteit Nijmegen kan helpen of wil de Juridische Faculteit het aan hem uitbesteden. En als het een stage-onderzoek door een gemotiveerde student betreft, waar praten we dan nog over?

Mocht uw Raad niettemin een opdracht willen geven aan de juridische faculteit van de Radboud Universiteit, dan heeft dit financiële consequenties.

Dit is niet noodzakelijk voor een gentechvrij-verklaring; en bovendien zullen deze kosten meevallen: zie boven. Wellicht is het een idee om een aantal van die andere 4713 gemeentes in Europa te benaderen om een verantwoorde schatting te maken.

Bij punt 3: Op dit moment zijn er in Nijmegen geen initiatieven bekend noch worden die verwacht waarbij bedrijven teeltproeven doen met genetisch gemodificeerde gewassen.”

Net als bij de commerciële teelten is dat geen reden om er geen uitspraak over te doen. Het burgerinitiatief is juist bedoeld om hierop te anticiperen. Veldproeven vinden al plaats in Nederland en kunnen net zo goed hier komen. Gezien de felle controverse rond de lopende en voorbije veldproeven (zie de vele bezwaren), is het een goede zaak als de gemeente zelf vaststelt of ze die wel of niet wil. Het college van B&W is geen op zichzelf staande entiteit. Het is in het leven geroepen om het belang van haar inwoners te behartigen. Het college is niet verplicht om pro-actief in te spelen op allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, maar als een substantieel contingent van haar burgers specifiek de vinger legt op een maatschappelijke dreiging van niet mis te verstane omvang, kan het college niet meer voorwenden daar part noch deel aan te hebben.

Bij punt 4:Wij staan neutraal tegenover dit beslispunt.”
Op de gemeentelijke duurzaamheidsagenda past het schrijven -en actueel houden- van een Nota Duurzaamheid heel goed. Dat is strikt genomen niet nodig om een standpunt over GM-landbouw in te nemen. Maar het is natuurlijk wel beter als een gemeente zich een integraal beeld vormt over wat zij verstaat onder de duurzaamheid die zij zegt te willen bevorderen en daarin –vanzelfsprekend- een standpunt over GM-landbouw inneemt. De motivering van B&W bij punt 4 blijft nu beperkt tot het slaken van een aantal kreten. De vraag die aan de orde is, luidt: kan de gemeente nog meer doen om het duurzaamheidsbeleid ook op landbouwgebied handen en voeten te geven en, niet onbelangrijk: is de gemeente wel zo transparant over wat zij feitelijk doet? Een Nota Duurzaamheid zou een zeer geschikt middel zijn om alle gemeentelijke activiteiten gericht op het tot stand brengen van een duurzamer beleid in hun geheel voor het voetlicht te brengen.  B&W zegt in te zetten op klimaat en energie (bedoelen B&W nu dat landbouw daarmee buiten beeld blijft?). En zeker, het Groene Hert is een mooi initiatief. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met Oregional. Maar het kader ontbreekt nog en een visie op een gezonde, kleinschalige stadslandbouw ook. Is het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid al eens getoetst aan de duurzaamheidsprincipes van Hannover (McDonough & Braungart)? Dat zou een mooi openingsonderwerp vormen voor de Nota Duurzaamheid. Het is overigens niet nodig dat de gemeente Nijmegen het wiel weer opnieuw gaat uitvinden. Het zou de moeite waard zijn om zich op de hoogte te stellen van wat er in Almere gebeurt in het kader van het DuurzaamheidsLab, bij het inzetten van een innovatief duurzaamheidsbeleid. Het Burgerinitiatief is een uitnodiging daartoe over te gaan.

“De gentechnologie richt zich met name op voedselproductie voor de wereldmarkt d.m.v. grootschalige productie via monoculturen”.

Als B&W nog even willen wachten, zal blijken dat de gentechmultinationals alle vormen van landbouwproductie op het oog hebben. Die bedrijven willen een monopolie op de hele wereldvoedselproductie, anders werkt het monopolie namelijk niet als zodanig. Dat is geen stemmingmakerij: zij hebben al zo’n 70% van de globale commerciële zaadhandel in handen, en de meter loopt. Nog niet zo lang geleden was het Nederlandse zaadbedrijf De Ruiter Seeds aan de beurt. Zo ongeveer het eerste wat Monsanto deed na overname, was de biologische groentezadenpoot liquideren. De ontwikkelingen in de VS geven een indicatie van wat daarvoor in de plaats gaat komen: er zijn 2 mogelijkheden.

  1. De eerste mogelijkheid ligt voor de hand: er worden alleen nog genetisch gemodificeerde zaden geproduceerd, zodra alle zaadproductiebedrijven in Nederland zijn opgekocht. Tot die tijd wordt er gewoon meegedaan in de bestaande reguliere zaadhandel;
  2. De tweede mogelijkheid is, dat er in Nederland helemaal geen groentezaden meer geproduceerd worden. Nederlandse bedrijven worden dan afhankelijk van import uit het buitenland. Vanaf  dat moment  kunnen multinationals alles in die zakjes stoppen wat ze willen en er elke prijs op plakken die ze willen. Want controleren dat doet de Nederlandse overheid niet zo graag.

Tot zover de reactie van de werkgroep.