OPEN BRIEF              (met dank aan Diederick Sprangers)                                                       Nijmegen, 12 maart 2012

Aan

Het College van B&W van de gemeente Nijmegen
Postbus 9105
6500 HG Nijmegen

Betreft: Brief van Staatssecretaris Atsma aan u, dd. 24 februari 2012 over “Nijmegen gentechvrije stad”

Geacht college,

Als indieners van het Burgerinitiatief “Nijmegen gentechvrij” geven wij graag commentaar op de reactie die Staatssecretaris Atsma u onlangs stuurde, nadat u de regering erop geattendeerd had dat het Burgerinitiatief aangenomen was. Wij wijzen erop dat de reactie van de heer Atsma inhoudelijk niets nieuws toevoegt aan wat wij in het Burgerinitiatief reeds gezegd hebben, maar volkomen bevestigt dat het Burgerinitiatief zinvol was en is. De Nijmeegse burgers zijn van mening dat gentechlandbouw niet veilig is. Als reactie herhaalt de heer Atsma slechts de bekende mening van de regering en zegt daarmee in feite dat de mening van de burgers verkeerd is. Dat is niet de juiste manier om met een Burgerinitiatief, waarin de stem van de burgers klinkt, om te gaan. De heer Atsma probeert deze uiting van directe democratie aan de kant te schuiven.

De heer Atsma vat de wet- en regelgeving over gentech-landbouw nog eens samen, geeft vervolgens de mening van de regering over de veiligheid van de gentechteelt en gaat tenslotte in op de juridische aspecten van het op lokaal niveau weren van gentechgewassen.

Dat de regering op basis van de Europese gentech-wetgeving en de Nederlandse coëxistentieverordening meent dat de teelt van gentechgewassen verantwoord is, zoals de heer Atsma stelt, is breed bekend onder de bevolking. Dit was een van de uitgangspunten van ons Burgerinitiatief: de burgers van Nijmegen delen deze mening van de regering namelijk niet. In de toelichting bij het Burgerinitiatief hebben wij uitgebreid uiteengezet waarom wij als burgers menen dat de gentech-regulering in de praktijk de veiligheid van gentechgewassen volstrekt niet waarborgt. Enkele van de vele redenen hiervoor die wij in het Burgerinitiatief noemen, zijn: het gebrek aan wetenschappelijke onafhankelijkheid van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), recentelijk opnieuw in het nieuws[1]; de toename van resistentie van plaagonkruiden en –insecten tegen de pesticiden die met en in de gentechgewassen gebruikt worden; de stimulans die de gentechteelt vormt voor het industriële landbouwconcept met zijn inherente milieuproblemen en zijn ontwrichting van het boerenleven, terwijl biologische landbouw volgens VN-rapporteur De Schutter hogere opbrengsten levert. Nijmegen deelt deze en andere zorgen over gentechlandbouw met vele wetenschappers, bedrijven en ruim 60% van de Europese consumenten. De heer Atsma gaat in zijn brief echter niet op deze bekende argumenten in – een gemiste kans voor de regering.

De kwestie van ongewenste vermenging van gentechgewassen met gangbare en biologische gewassen doet de heer Atsma af met een verwijzing naar de Nederlandse coëxistentieverordening. Deze waarborgt volgens hem dat dergelijke vermenging wordt voorkomen. Dit is niet waar: de vermenging wordt op zijn best beperkt door de verordening, maar niet voorkomen. Biologische boeren zullen echter ook bij de geringe vermenging die de verordening toelaat, hun biologische certificering verliezen, omdat die elke vermenging verbiedt. Bij een toenemende gentechteelt zal bovendien de vermenging gestaag toenemen: dat voorkomt de coëxistentieverordening ook niet; zij zal dan haar werkzaamheid verliezen. En een gewas als koolzaad valt nog niet eens onder de coëxistentieverordening, omdat snelle en omvangrijke vermenging bij dit gewas onvermijdelijk is, zoals in Canada catastrofaal zichtbaar geworden is[2]. De Nederlandse coëxistentieverordening heeft als doel coëxistentie mogelijk te maken, maar Nijmegen wil juist geen coëxistentie. Ook hier negeert de heer Atsma de mening van de burgers.

Tot slot merkt de heer Atsma op dat de lidstaten slechts door middel van nationale coëxistentiemaatregelen de gentechteelt kunnen beperken of verbieden; en dat een Europese wetswijziging in de maak is die meer ruimte biedt om gentechteelt te beperken of verbieden, maar dat de Tweede Kamer wil dat dit voor het hele land en niet voor regio’s geldt. Hij lijkt hiermee te zeggen dat gemeenten en provincies gentechgewassen, voor zover ze op EU-niveau zijn toegelaten, op hun grondgebied niet kunnen weren. Afgezien van de vraag of dat juridisch inderdaad zo is (er zijn meer wetten dan alleen die over gentechlandbouw), kan een gemeente als beleid instellen dat ze geen gentechteelt op haar grondgebied wenst, zoals u inmiddels gedaan heeft. Als gentechgewassen – of ze nu toegelaten zijn of niet – door de bevolking niet gewenst worden, dan dient een regering zich daar niet tegen te verzetten. Dat Nijmegen ook hierin bepaald niet alleen staat, blijkt uit het feit dat vele duizenden andere Europese regio’s zich inmiddels gentechvrij hebben verklaard (al dan niet juridisch bindend)[3]. In onze naaste omgeving behoren daartoe vele steden in de Duitse deelstaat Noordrijn Westfalen en de hele Belgische regio Wallonië. In Nederland hebben Provinciale Staten van Friesland een moratorium op gentechteelt ingesteld totdat een debat plaatsgevonden heeft dat zij aan het voorbereiden zijn. Of deze maatregelen nu juridisch bindend zijn of niet, de mening van burgers en boeren dient gehoord te worden, vinden wij. Ook daar had de heer Atsma op in moeten gaan.

 

Wij hopen u met deze reactie van dienst te zijn.

Hoogachtend,

Luc Buur,

namens de Werkgroep Burgers voor gentechvrij voedsel

 


[1] H. van der Keur, “EU Commissie wil ex-Monsanto werknemer in Raad van Bestuur EFSA”, 10 maart 2012,
http://www.gentech.nl/alle_berichten/landbouw/eu_commissie_wil_ex_monsanto_werknemer_in_raad_van_bestuur_efsa

[2] Zie http://www.gentech.nl/info/octrooi#schmeiser

[3] Zie http://www.gmo-free-regions.org/gmo-free-regions/maps.html