Bionext PetitieWat zijn genetisch gemodificeerde gewassen (ggg‘s) precies

Ggg’s vormen een (betrekkelijk) nieuwe categorie landbouwgewassen waarvan in het laboratorium de erfelijke eigenschappen kunstmatig zijn veranderd met gentechnologie. Dat is een techniek waarmee aminozuren kunnen Honeybeeworden bijgeplaatst (of weggehaald) in/uit het DNA van een levende cel. Dat klinkt simpel, maar is het in werkelijkheid niet omdat het proces niet goed bestuurbaar is. Elke modificatie pakt dus weer anders uit dan de vorige.

Veel problemen in de landbouw ontstaan omdat multinationals de technologie tot nu toe hoofdzakelijk gebruiken voor slechts 2 typen modificatie. Met beide categorieën worden ggg’s in de markt gezet die een forse belasting met Bijtje bestrijdingsmiddelen veroorzaken: WDelenvan het milieu en van het voedsel dat met zulke ggg’s wordt geproduceerd. Introductie van dit soort gewassen in Europa is dus geen goed idee voor het behoud van onze bodem- en voedselkwaliteit. Weliswaar zijn er tot op heden ‘slechts’  2 ggg’s toegelaten voor teelt in Europa, maar het aantal importvergunningen (voor food en feed) ligt veel hoger. Die import wordt vrijwel geheel in veevoeders verwerkt, omdat de consument daar geen zicht op heeft en de vleesindustrie + supermarkten kijken wel uit om daar de aandacht op te gaan vestigen. De kwaliteit van het vlees verandert er echter wel degelijk door (en niet ten goede, want een koe of een varken kan niet ff compenseren voor tekorten aan enzymen en sporenelementen die worden opgewekt door het voer dat hij te eten krijgt)! Dat levert dus gebreksziekten op, maar gelukkig is er meestal wel een veearts te vinden die bereid is daar een extra spuitje antibiotica tegenaan te gooien (een mooi staaltje van symptoombestrijding).

Ook zonder gentechgewassen hebben we al genoeg kwaliteitsproblemen met ons voedsel, door uitputting van onze landbouwgronden. Die wordt weerspiegeld in steeds toenemende tekorten aan sporenelementen, in de gewassen en dus ook in ons voedsel. Ggg’s verergeren dat probleem alleen maar. Dus: wij willen geen import van zieke zaden uit Amerika, maar gezonde gronden in Europa, die gezonde gewassen opleveren. Doe er wat aan, geachte beleidsmakers!

Dat gentechgewassen ‘wezenlijk gelijkwaardig’ zouden zijn aan traditionele gewassen, wie verzint zoiets?

De proeven die er tot op heden met ggg’s op zoogdieren zijn uitgevoerd rechtvaardigenZembla helemaal geen zorgeloze houding als het op het toelaten van ggg’s aankomt, maar dat weerhoudt de Europese Commissie er niet van het voorzorgsprincipe in het gg-dossier consequent links te laten liggen (hoe zou dat toch komen, vraag je je wel eens af). Toch is al lang bekend dat de meerderheid van de Europese bevolking  tegen hun introductie is: de arrogantie van de macht. Daar heeft Macchiavelli ooit wel iets over geschreven.

Waarom is genetisch gemodificeerd voer niet alleen slecht voor het vee maar ook voor de consument:
Antibioticagebruik met/zonder ggg's Omdat kwaliteit en samenstelling van het vlees dat wij eten afhangt van de kwaliteit en samenstelling van het voer dat door het vee wordt gegeten. De mens staat aan het eind van de voedselketen! Ggg’s tasten de gezondheid van het vee aan, door perforatie van de darmen of door kunstmatig opgewekte tekorten aan sporenelementen. De dieren worden daardoor ook vatbaarder voor ziektes en worden preventief behandeld met antibiotica, om ziektes maar zoveel mogelijk vóór te zijn. Toch krijgt het vee vroeg of laat problemen, om te beginnen met vertering en vruchtbaarheid. Dergelijke problemen zetten zich onherroepelijk voort in de kwaliteit van het vlees! Het moment dat de eerste problemen zich aandienen is slechts afhankelijk van het aandeel dat de ggg’s hebben in het veevoer en van het type ggg’s waarover we praten. Effecten kunnen zelfs uitblijven tot aan de 2e of 3e generatie, als het vee maar niet volledig met ggg’s wordt gevoerd en goed onder de antibiotica wordt gehouden. Vee daarentegen dat ggg-vrij wordt gevoerd heeft steeds minder antibiotica nodig, zoals in de grafiek te zien is vanaf april 2011 (natuurlijk wel op voorwaarde dat de dieren enig natuurlijk gedrag kunnen vertonen en niet hoeven te stressen in bomvolle hokken). Het verslag over de Deense boeren Pedersen en Christensen staat hier. Hun ggg-vrije veevoer betaalt zichzelf! Een video over de verbeteringen bij Deense pluimveehouder Storgaard vindt u hier.

Wat is DNA en wat doet gentechnologie daarmee
DNA zit in de kern van elke levende cel en bestaat uit eindeloze ketens van slechts 4 verschillende soorten kralen, de aminozuren. Uit dezelfdeLegal 4 bouwstenen zijn ook alle eiwitten opgebouwd die met behulp van het DNA door de plant worden gemaakt. De volgorde van de aminozuren op het DNA wordt door de plant afgelezen, net als een streepjescode in de supermarkt. Door op verschillende plaatsen het DNA af te lezen kan de plant de verschillende eiwitten produceren die hij nodig heeft. Eiwitten worden dus samengesteld door aminozuren volgens de code van het DNA in de juiste volgorde aan elkaar te rijgen, maar dat betekent nog niet dat DNA is te vergelijken met stripjes uit een Lego-bouwdoos. De aanwijzingen worden steeds sterker dat DNA niet alleen maar een rol speelt bij het samenstellen van eiwitten, maar ook op andere niveaus belangrijk is.  De kans is dus reëel dat ook andere processen dan alleen de eiwitsynthese worden ontregeld. De methoden die in de gentechnologie worden gebruikt om natuurlijk DNA te veranderen, zijn dus
in hun werking onbetrouwbaar, omdat
a) de natuurlijke werking van het gemodificeerde DNA niet meer volledig kan worden gegarandeerd en
b) er onverwachte (erfelijke) coderingsfouten gaan optreden in de eiwitten die de plant produceert.

We praten hier over de integriteit van het DNA, die door modificatie wordt aangetast en ook niet meer te herstellen is. De natuurlijke werking onder a) omvat heel wat meer dan alleen maar het reproduceren van eiwitten op basis van een genencode.

Wat kan er dan precies fout gaan in een cel die genetisch wordt gemodificeerd?
Het genetische modificatieproces valt niet te sturen: een nieuw geïntroduceerd gen (een extra stukje DNA met eenLogo PvdD aantal aminozuren) kan dus overal ‘landen’ in het ontvangende DNA. Ook het aantal stukjes dat in 1 cel landt kan variëren en tot overmaat van ramp verandert zo’n stukje DNA zelf ook nog wel eens! Defecte eiwitten zijn daarvan het resultaat, en voedselintoleranties die nog wel eens overgaan in allergieën. Let wel: we hebben het dan alleen nog maar over fouten inherent aan het modificatieproces zelf. Als er ook effecten van bestrijdingsmiddelen bij komen, zijn de gevolgen vaak veel ernstiger. Het systemische bestrijdingsmiddel Roundup bv. maakt een hele serie sporenelementen onbereikbaar voor de plant en brengt daardoor allerlei enzymatische processen tot stilstand. Gevolg: kunstmatig opgewekte gebreksziekten die nog worden toegevoegd aan de lijst van reacties van het immuunsysteem op vreemde eiwitten.

Voorbeeld
Arpad Pusztai, gentechnologisch onderzoeker van het eerste uur aan het Schotse Rowett Institute in Aberdeen wees er al op in 1998: het grootste probleem is niet het inbrengen van een extra stukje DNA in een celkern, maar de onbestuurbaarheid ervan! In het artikel dat hij samen met Stanley Ewen -uiteindelijk- na veel tegenwerking kon publiceren in The Lancet (16 Oct 99, 5x peer reviewed) liet hij zien dat het extreem moeilijk is tegelijkertijd  2 belangrijke doelen van genetische modificatie te realiseren:
1) het extra stukje DNA (gen) veroorzaakt geen veranderingen elders in het ontvangende DNA en
2) het extra stukje DNA maakt precies hetzelfde eiwit aan als in het DNA waaruit het afkomstig is.
De onbestuurbaarheid van het nieuwe gen veroorzaakt dus vaak onvoorspelbare effecten in het ontvangende DNA: Vignet2012de plaats waar het nieuwe gen terecht komt beïnvloedt de werking van naburige genen, elk gen beïnvloedt (in de regel) weer meerdere eigenschappen en zelfs op het nieuwe gen blijken de aminozuren nog wel eens van volgorde te veranderen. Dit is het verschijnsel dat door dr. Mae-Wan Ho ‘the fluid genome’ wordt genoemd: DNA reageert een beetje als een vloeistof.

Pusztai werkte in zijn proef met het eiwit lectine, dat voorkomt in sneeuwklokjes. In zijn natuurlijke vorm is lectine niet giftig, maar in een gg-aardappel waarin het lectine-gen was ingebouwd veroorzaakte het geproduceerde lectine opeens carcinogene reacties bij muizen. Klinkt dat niet enigszins bekend? Of het kwam door fouten veroorzaakt in het ontvangende DNA of door veranderingen in het lectine-gen tijdens het inbrengen: Pusztai kon het niet meer uitzoeken want hij stond enkele dagen na een interview met  de BBC al op straat, dankzij de medewerking van Andrew Chesson en om het af te maken 2 Amerikaanse telefoontjes naar Tony Blair, destijds Engeland’s eerste minister en vriendje van Bush.
Volgens ons hadden de Schotten al veel eerder moeten streven naar zelfstandigheid.

De consequentie van de toegepaste techniek is dus dat bij genetische modificatie lichaamsvreemde eiwitten kunnen ontstaan, waarin de aminozuren andere volgordes hebben gekregen dan gebruikelijk. Dat geeft weer aanleiding tot verteerbaarheidsproblemen en afweerreacties in het lichaam. De allergieën waar steeds meer mensen last van krijgen geven daar blijk van. De VS zijn op dat vlak een goede graadmeter, omdat het aandeel van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen in de Amerikaanse supermarkt (70-80%) veel hoger ligt dan in Europa (waar een etiketteringsverplichting geldt die de voedselindustrie afschrikt om meer dan 0,9% aan gg-ingrediënten in een voedingsmiddel te stoppen).

Hoe wordt gentechnologie verkocht in politiek Den Haag?
De onbestuurbaarheid van het genetische modificatieproces wordt door voorstanders in Nederland graag gebagatelliseerd, door te stellen dat er bij een genetische modificatie toch eigenlijk hetzelfde gebeurt als bij een kruising (een voorbeeld van hoe die ‘wezenlijke gelijkwaardigheid’ van Michael Taylor even van stal wordt gehaald, om appels met peren te vergelijken!*).
Bij een volgende vereenvoudiging wordt dan ook nog even gesteld dat als men bij de genetische modificatie een gen introduceert dat afkomstig is van een verwante soort **), er al helemaal geen verschil meer is met een traditionele kruising. Dat wordt dan op zijn beurt weer als argument gebruikt om te rechtvaardigen dat meteen maar alle cisgenetisch gemodificeerde gewassen ‘dus’ kunnen worden vrijgesteld van de regelgeving voor GMO’s. Voor politici, met name binnen CDA en Christenunie is het kunstmatige onderscheid tussen ‘cisgenese’  en ‘transgenese’ een aantrekkelijke gedachtenlijn, omdat zij ervan overtuigd***) zijn dat door alleen cisgenetische modificaties toe te passen de autoriteit van de Schepper niet meer wordt aangetast. Soli Deo Gloria. De vrijheden van de agro-industrie hoeven dan Goddank ook niet te worden ingeperkt, zolang het maar om ‘cisgenese’ gaat. Voilà, probleem opgelost. Een uitgekookte redenatie, die gentech-voorstanders op een gemakkelijke wijze in de politiek aan een onwetende meerderheid helpt. Zouden veel CDA-stemmers er enige notie van hebben dat het niets uitmaakt of er met ‘cisgenese’ of met ‘transgenese’ wordt gewerkt? In beide gevallen is het modificatieproces precies hetzelfde, wordt er ingebroken op de Schepping en is er even veel kans op DNA-schade!

*) Bij een kruising (een natuurlijk proces) versmelt de helft van het vader-DNA (uit een zaadcel)  met de helft van het moeder-DNA (in een eicel), om een nieuwe cel(kern) te formeren. Daarin komt op elk chromosoom het corresponderende DNA van vader en moeder naast elkaar te liggen. Zo ontstaat dus een wezenlijk nieuw individu, met de helft van zijn eigenschappen van de vader en de helft van de moeder afkomstig.
Bij een genetische modificatie vindt geen kruising plaats van een vader- en een moederplant, maar probeert men aan een bestaande plantencel slechts EEN ENKELE EIGENSCHAP toe te voegen. Door een klein stukje extra DNA in te brengen en daarna te proberen die ene cel weer te laten uitgroeien, hoopt men een hele plant op te kweken met netto 1 eigenschap extra. De veronderstelling dat een klein stukje DNA injecteren gelijk staat aan 1 enkele, vaste eigenschap inbrengen, is echter al lang achterhaald. De werkelijkheid is veel ingewikkelder. Klik hier voor een nadere beschrijving.

**) in Wageningen heeft men de interessant klinkende aanduiding ‘cisgenese’ bedacht, om aan te geven dat er bij het modificatieproces een gen is ingebracht dat uit een verwante (kruisbare) soort afkomstig is. Met ‘transgenese’ wordt dan bedoeld dat een gen van een niet-verwante soort is gebruikt. Het “leuke” is nu, dat het helemaal niet uitmaakt waar het nieuwe gen vandaan komt, want in beide gevallen is het modificatieproces precies hetzelfde, en de risico’s op DNA-fouten dus ook. Cisgene gewassen zijn daarom niet veiliger dan een transgeen broertje en ook de inbreuk op de Schepping is in beide gevallen precies even groot.

***) Of het werkelijk over een overtuiging gaat, of simpelweg over de bekende stok om de hond te slaan, blijft de vraag. In ieder geval zit er in Wageningen iemand heel hard te lachen en trekt de agro-industrie weer eens aan het langste eind.

De effecten van gentechlandbouw in vogelvlucht
Door genetisch gemodificeerde gewassen te gebruiken bij de bereiding van ons voedsel verandert de samenstelling daarvan op een onopvallende, maar fundamentele manier: de gg-plant produceert onbekende eiwitten die ook in ons voedsel terecht komen en door het verteringssysteem van mens (en dier) niet kunnen worden herkend.
Voedsel met gg-componenten wordt daardoor minder makkelijk verteerd en opgenomen en brengt het immuunsysteem in een staat van verhoogde paraatheid, die op den duur kan leiden tot reacties van maag, darmen en voortplantingssysteem. Al deze problemen kunnen lang onopgemerkt blijven als men nog relatief weinig ggg’s consumeert, zoals in Europa. Dat wordt anders als men nietsvermoedend substantiële hoeveelheden binnen krijgt, zoals in de VS waar gg-voedsel door iedereen wordt gegeten die niet bewust kiest voor ‘organic’, wat we hier biologisch zouden noemen.
Eenmaal op het veld gaan genetisch gemodificeerde gewassen zich ongecontroleerd verspreiden, met onvermijdelijke gevolgen voor verontreiniging van de honingproductie, de reguliere en de biologische landbouw. Dat proces is niet tegen te houden, al is het verloop ervan bij elk gewas weer anders. Bij aardappels gaat dat langzaam, bij koolzaad heel snel. Zoveel is duidelijk: de verspreiding van gemodificeerd DNA laat zich niet tegenhouden door een bufferzone rond een veld met gg-gewassen; het proces wordt hoogstens vertraagd. De erfelijke informatie verspreidt zich toch wel,

door de lucht via stuifmeel dat wordt meegenomen door wind of bijen, of gewoon via zaad dat overwaait uit een naburig veld;
over de weg via transport van zaden en knollen, en
via rottende plantenresten in de bodem ook op bodembacteriën. Zo vindt het DNA zijn weg naar bodem en grondwater.
Verspreiding van erfelijke informatie uit ggg’s blijft dus niet beperkt tot de plantenwereld. DNA-code wordt zelfs overgebracht op darmbacteriën, door overspringen van niet verteerd DNA. Ook antibiotica-resistentie wordt langs deze weg via bacteriën doorgegeven van dier op mens. De problemen met de MRSA-bacterie in ziekenhuizen zijn daar een goede illustratie van. Dat gemodificeerd DNA in de darmen van mens of dier onwerkzaam wordt is dus een achterhaald verhaal: waar zouden mensen anders hun antibiotica-resistentie vandaan moeten halen?
Ggg’s verontreinigen de reguliere en biologische landbouw met inferieur DNA, dat volgens de producenten op 1 á 2 punten ‘verbeteringen’*) brengt, maar in zijn algemeenheid juist verlies van kwaliteit en veerkracht oplevert, door het optreden van DNA-fouten op andere punten. Over onderzoek juist naar dat laatste aspect wordt -als het al gedaan wordt- verbazend weinig gepubliceerd.
Een zeer bedenkelijk aspect van gentechlandbouw betreft de grote hoeveelheid bestrijdingsmiddelen die onveranderd samengaat met de teelt van bijna alle commerciële ggg’s en de nodige, met elkaar samenhangende consequenties heeft:
de ontwikkeling van resistente onkruiden/insecten, die uitnodigen tot het gebruik van steeds meer en steeds zwaardere pesticiden.
De stijgende hoeveelheden pesticide-residuen brengen op hun beurt weer toenemende specifieke gezondheidsrisico’s met zich mee,
zoals aantasting van het immuunsysteem en onvruchtbaarheid bij consumptie van ggg’s door zoogdieren (zoals de mens dat ook is).
Gebreksziekten in het gewas worden niet alleen veroorzaakt door fouten in het DNA; ook breed werkende herbicides dragen daar sterk aan bij. Ze leggen sporenelementen vast en blokkeren op die manier tal van enzymatische processen.
Bovenstaande ontwikkelingen zijn des te ernstiger, omdat ze de degeneratie van landbouwgronden die al door de industriële landbouw in gang is gezet, nog eens extra versnellen:
Allerlei bodemorganismen met een essentiële rol bij het omzetten van plantenresten in organische stof worden vernietigd:
daardoor stokt de humusvorming en raakt de bodem in een neerwaartse spiraal van toenemend gebruik van externe inputs ***).
Structuurverlies van de bodem is het gevolg, en een
navenant lagere vochtcapaciteit, hetgeen verhoogde regenwaterafvoeren, erosie, bodemverlies  en
grotere droogtegevoeligheid oplevert. Om daar droogte-resistente**) ggg’s voor te gaan ontwikkelen in plaats van de feitelijke oorzaak aan te pakken is een typische techneutenoplossing, waarmee een symptoom wordt bestreden (hetgeen wel geld kost), maar  zonder dat het eigenlijke probleem wordt
opgelost. Ander voorbeeld: als tractorbanden worden lekgeprikt door de messcherpe stoppels van gg-mais, gaat een techneut niet naar de oorzaak kijken, maar hij neemt alleen het gevolg weg. Dus: hij gaat tractorbanden versterken met KEVLAR! Geniaal!
*) Veel ‘verbeteringen’ houden het inbouwen van een herbicide-resistent gen in, of van een gen dat zelf een bestrijdingsmiddel produceert tegen insecten. Of je de daardoor sterk toenemende hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in het milieu nu ook als een verbetering moet beschouwen, is de vraag. Gezond is het zeker niet, behalve dan voor de portemonnee van enkele multinationals.
**) ‘Droogte-resistent’ is in dit verband nogal een groot woord. Tot op heden presteren deze ‘droogte-resistente’ ggg’s onder droge omstandigheden niet beter dan hun traditionele broertjes; opbrengstverhoging is van vele factoren afhankelijk en is niet zomaar te beïnvloeden door ‘even een gennetje bijplaatsen voor verbetering van de droogteresistentie’.
***) Bij externe inputs kun je denken aan kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen, beregening en (steeds zwaardere) machines. Hiermee wordt gepoogd de steeds verder terugvallende natuurlijke bodemvruchtbaarheid en vochtcapaciteit te compenseren, die beide reageren op het dalende humusgehalte. Die afbraak wordt versneld door steeds dieper te gaan ploegen. Een vicieuze cirkel!

WAT DOET DE WERKGROEP?6e Conferentie GGO-vrije gebieden

Wij informeren consumenten en bedrijven over de oncontroleerbaarheid en de gezondheidsrisico’s die gepaard gaan met het verbouwen van genetisch gemodificeerde gewassen en het gebruik van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen. Wij zijn een werkgroep geheel afkomstig uit Nijmegen, maar we hopen van harte dat ook niet-Nijmegenaren interesse hebben voor onze informatie en activiteiten.

HEBT U INTERESSE OM MEER TE WETEN OF MEE TE DOEN?
Op deze website kunt U zich informeren over allerlei aspecten van gentechnologie. Wij hopen dat u hier antwoord vindt op veel van uw vragen en zullen graag proberen te antwoorden op alle andere.

Met vriendelijke groet,
Werkgroep “BURGERS VOOR GENTECHVRIJ VOEDSEL” Dirk Hart, Marianne de Bruin, Luc Buur, Els van Dongen